Agenda Gemeenteraad

Van 18 DECEMBER 2025

 

 

AANWEZIG :

voorzitter :  Veerle Scheire

burgemeester :  Johan Vanhulst

schepenen :  Lisa Hermans, Cil Cuypers, Sandra Noé, Matthias Multani, Stefaan Van Haegenborgh

raadsleden :  Mia Ombelet, Tie Vanbeselaere, Frederik De Buck, Hans-Kristof Carême, Ludo Aerts, Marijke Sterckx, Hilde Van der Putten, Monda Wuytack, Maarten Van Schoonbeek, Peter Vandenbalck, Claudia Van Passel, Luc De Vos, Nico Frederix

algemeen directeur :  Peter Verlinden

VERONTSCHULDIGD :

raadslid :  Joyce Meulemans

Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.1. Secretariaat - Notulen en zittingsverslag d.d. 6 november 2025 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.

 

De artikelen 1, 23 en 24 van het huishoudelijk reglement goedgekeurd door de gemeenteraad.

 

Feiten en context

De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 6 november 2025 werden digitaal bezorgd aan de raadsleden op 10 december 2025.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de op 10 december 2025 digitaal bezorgde versie van de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraadszitting van 6 november 2025, goed.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.3. Financiën - Jaarrekening 2024 - goedkeuring gouverneur - kennisneming

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Kennisneming

De gemeenteraad stelde de jaarrekening 2024 van de gemeente en het OCMW van Bierbeek vast op 26 juni 2025.

 

De toezichthoudende overheid heeft de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de gemeente en het OCMW van Bierbeek goedgekeurd op 4 november 2025 met de volgende saldi:

 

● budgettair resultaat boekjaar -2.712.337 euro

● gecumuleerd budgettair resultaat boekjaar: 899.319 euro

● beschikbaar budgettair resultaat: 899.319 euro

● balanstotaal: 53.161.006 euro

● overschot van het boekjaar: 1.107.858 euro

 

De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 4 november 2025 tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de gemeente en het OCMW van Bierbeek.

 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.8. Secretariaat - Cultuurcentrum Bierbeek vzw - raad van bestuur - aanduiding bestuurder in vervanging van Jona De Weerdt - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De statuten van Cultuurcentrum Bierbeek vzw zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2024 waarvan artikel 23, 3° stelt dat ”tien leden van de raad van bestuur worden voorgedragen door de gemeenteraad van de gemeente Bierbeek”.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 30 januari 2025 waarbij Jona De Weerdt vanuit de Vooruit-fractie werd aangeduid als bestuurder van Cultuurcentrum Bierbeek vzw.

 

Feiten en context

De mail van Vooruit-fractieleider Tie Vanbeselaere van 17 november 2025, gericht aan de algemeen directeur, waarbij de Vooruit-fractie aangeeft een wijziging te willen aanbrengen in hun vertegenwoordiging in de raad van bestuur van Cultuurcentrum Bierbeek vzw: Nina Van Dessel wordt voorgesteld in vervanging van Jona De Weerdt die zich terugtrekt uit zijn functie als bestuurder.

 

Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Art 1 :

De gemeenteraad duidt volgende afgevaardigde van Vooruit aan voor de Raad van Bestuur van Cultuurcentrum Bierbeek vzw: Nina van Dessel in vervanging van Jona De Weerdt.

 

Art 2 :

Deze afgevaardigde wordt aangeduid voor de legislatuur 2025-2030.

 

Art 3 :

Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan Cultuurcentrum Bierbeek vzw en aan de afgevaardigde.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.12. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op de vergunning voor diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Het decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer van 29 maart 2019 is van toepassing.

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende de taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder is van toepassing.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende de belasting op de vergunning voor diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer.

 

De gemeenten kregen een belangrijke taak toebedeeld in de Vlaamse taxireglementering. Ze staan in voor het afleveren van vergunningen voor taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder (VVB). De gemeenten moeten eveneens de uitgereikte vergunningen controleren en zorgen voor voldoende taxistandplaatsen.

 

Een vergunning voor het verhuren van voertuigen met bestuurder wordt uitgereikt door de gemeente waar de exploitatiezetel van de uitbater gevestigd is, maar is geldig voor heel Vlaanderen.

 

De vergunning voor het verhuren van voertuigen met bestuurder dient belast te worden door de gemeente tegen een tarief dat wordt opgelegd in artikel 8 van het decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de vergunning of de hernieuwing van de vergunning bestemd voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.

 

Artikel 2 :

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de vergunning voor individueel bezoldigd personenvervoer.

 

Artikel 3 :

Zoals voorzien in artikel 8 van het decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer, bedraagt het basisbedrag van de belasting per jaar en per in de akte van de vergunning vermeld voertuig:

        Tot 1 januari 2030: 250,00 euro voor zero-emissievoertuigen.

        350,00 euro voor alle andere voertuigen.

 

Dit bedrag wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2019.

 

De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning afgeleverd werd. De vergunninghouder is de eerste jaarlijkse belasting verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de vergunning en nadien telkens op 1 januari van het kalenderjaar. De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie met een of meer voertuigen geeft geen aanleiding tot een belastingteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van een of meer voertuigen voor welke reden dan ook.

 

Artikel 4 :

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen en moet betaald worden binnen een termijn van twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 5 :

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Dit bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. De indiening kan gebeuren door verzending, via elektronische weg, of door overhandiging. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde dag na de verzending van het aanslagbiljet waarin de bezwaartermijn vermeld staat.

 

Artikel 6 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur. 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.17. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, § 4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) is van toepassing.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen is van toepassing.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) is van toepassing.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende de belasting op huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2025, met name de actie A040402 inzake het ondernemen van acties rond afvalbeleid.

 

Argumentatie

De gemeente wil de afvalberg verminderen. Het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg is nadelig voor het milieu. Het volume papierafval verhoogt en dit brengt bijkomende kosten van onder meer ophaling en verwerking met zich mee.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht of ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.

 

Artikel 2 :

Onder niet-geadresseerde drukwerken wordt verstaan elke publicatie die ertoe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, die erop gericht is de potentiële klant ertoe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

 

Onder gelijkgestelde producten wordt onder andere verstaan: alle stalen en reclamedragers van gelijk welke aard die ertoe aanzetten gebruik, verkoop of aankoop te maken of te doen van diensten, producten of transacties door de adverteerder aangeboden.

 

Deze opsomming is niet limitatief.

 

Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

 

Artikel 3 :

De belasting is verschuldigd door:

        De fysieke of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken of een gelijkgesteld product te produceren. Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig artikel 6 of niet gekend is, wordt de belasting gevestigd op naam van de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.

        De uitgever of de verspreider of, indien deze niet gekend zijn, door degene onder wiens handelsnaam, logo of embleem de reclame wordt gevoerd.

 

De fysieke of rechtspersoon, de uitgever of de verspreider of degene onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de reclame wordt gevoerd of een daarmee gelijkgesteld product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4 :

De belasting wordt vastgelegd op 0,05 euro per bedeeld exemplaar.

Er geldt een minimumaanslag van 25,00 euro. 

 

Artikel 5 :

De belasting is niet verschuldigd door:

        Openbare diensten en gelijkgestelde inrichtingen, sociale, caritatieve, culturele, sportieve en politieke organisaties en onderwijsinstellingen;

        Regionale pers: zijnde de periodiek verschijnende publicaties die het lokaal nieuws inzake cultuur, sport en politiek meedelen, waarvan minder dan de helft van de inhoud wordt ingenomen door reclame;

        Lokale ondernemers die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in of met weerslag op de gemeente. Deze vrijstelling is van toepassing voor de volledige duur van de hinder en voor de periode van één maand voor en één maand erna. Een vrijstelling wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen na positief advies van de bevoegde gemeentelijke diensten waarbij wordt bevestigd dat er werken op het openbaar domein worden uitgevoerd die ervoor zorgen dat de inrichting hinder ondervindt;

        Ondernemers die éénbladige folders op A4-formaat of kleiner verspreiden;

        De drukwerken of daarmee gelijkgestelde producten die hoofdzakelijk verband houden met een gemeentelijke volksraadpleging en dit voor zover de drukwerken of daarmee gelijkgestelde producten verspreid worden in de periode tussen de indiening van het verzoek en de beslissing van de gemeenteraad om op een dergelijk verzoek niet in te gaan, of in de periode tussen de indiening van het verzoek en de dag van de volksraadpleging of in de periode tussen de beslissing van de gemeenteraad op eigen initiatief en dé dag van de volksraadpleging.

 

Artikel 6 :

De belastingplichtige is gehouden aangifte te doen bij het gemeentebestuur door middel van het formulier vastgesteld door het gemeentebestuur, rekening houdend met volgende aangiftedata:

        Verspreiding tijdens de maand januari: aangifte voor 1 maart van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand februari: aangifte voor 1 april van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand maart: aangifte voor 1 mei van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand april: aangifte voor 1 juni van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand mei: aangifte voor 1 juli van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand juni: aangifte voor 1 augustus van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand juli: aangifte voor 1 september van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand augustus: aangifte voor 1 oktober van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand september: aangifte voor 1 november van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand oktober: aangifte voor 1 december van het desbetreffende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand november: aangifte voor 1 januari van het volgende jaar;

        Verspreiding tijdens de maand december: aangifte voor 1 februari van het volgende jaar.

 

Deze aangifte bevat alle noodzakelijke gegevens voor het vestigen van de aanslag, meer bepaald een specimen van het te verspreiden reclamedrukwerk en een verklaring van het aantal exemplaren. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

 

In geval van periodieke verspreiding mag de aangifte, naar keuze van de belastingplichtige en mits voorafgaande verwittiging aan het gemeentebestuur, eveneens gedaan worden voor een periode van 3 maanden of hoogstens één jaar.

 

Artikel 7 :

Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 6 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege aangeslagen volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep, en op de wijze bepaald in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

 

In geval het aantal verspreide exemplaren niet binnen de voorziene periode wordt meegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van het hieronder forfaitair aantal verspreide exemplaren:

        Bierbeek: 1.040

        Korbeek-Lo: 1.055

        Lovenjoel: 740

        Opvelp: 380

 

Artikel 8 :

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 20% van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd.

 

Artikel 9 : 

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar en moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10 :

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Dit bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. De indiening kan gebeuren door verzending, via elektronische weg of door overhandiging. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde dag na verzending van het aanslagbiljet waarin de bezwaartermijn vermeld staat.

 

Artikel 11 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.18. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op de reclame- en aanplakborden - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende de belasting op de aanplakborden.

 

Argumentatie

Een overvloed aan reclame zichtbaar vanaf de openbare weg zorgt voor visuele vervuiling. Met deze belasting wordt getracht het aantal reclame- en aanplakborden in het straatbeeld te beperken om aldus een kwalitatief straatbeeld te bekomen.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op reclame- en aanplakborden.

 

Artikel 2 :

Onder reclame- en aanplakborden wordt verstaan elke constructie, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen. Voor muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht, moet de bedekte oppervlakte beschouwd worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.

 

Artikel 3 :

De belasting is verschuldigd door in eerste instantie de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het reclame- of aanplakbord. In bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, zijn de eigenaar van de grond of van de muur waarop zich het bord bevindt hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Ingeval verschillende natuurlijke of rechtspersonen na elkaar beschikking hebben over eenzelfde reclame- of aanplakbord binnen één kalenderjaar zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

De belastingplichtige die zijn reclameconstructie verkoopt of overdraagt, is gehouden elke wijziging op eigen initiatief aan de gemeente bekend te maken binnen de maand na de wijziging.

 

Artikel 4 :

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 70,00 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als één vierkante meter aangerekend. De nuttige oppervlakte is de oppervlakte die voor aanplakking kan gebruikt worden, met uitzondering van de omlijsting. Voor muren is evenwel alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.

 

Het basisbedrag wordt telkens op 1 januari van het aanslagjaar aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door de coëfficiënt die wordt verkregen door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het aanslagjaar, te delen door het indexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit reglement. Dit geeft de volgende formule:

Basisbedrag x consumptieprijsindexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar / consumptieprijsindexcijfer december 2025.

 

Artikel 5 :

De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht het tijdstip in het aanslagjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst of weggenomen.

 

Artikel 6 :

Worden vrijgesteld:

        borden bestemd voor het aanbrengen van aanplakbrieven die onderworpen zijn aan de reglementaire aanplakkingsrechten ten voordele van de concessionaris van de openbare aanplakdienst;

        de publiciteitsborden die uitsluitend gebruikt worden op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar uitgebaat wordt, de merken van de producten die daar verkocht of vervaardigd worden, het beroep dat er uitgeoefend wordt en in het algemeen de activiteiten die er plaats hebben;

        de borden welke uitsluitend voorbehouden zijn voor een openbare dienst of voor een werk of organisme zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut.

 

Artikel 7 :

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, kan het aangifteformulier op eenvoudig verzoek bekomen.

 

Elke belastingplichtige is gehouden uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

De belastingplichtige die een nieuw bord plaatst moet de gegevens voor de aanslag ter beschikking stellen van het gemeentebestuur uiterlijk op 31 december van het jaar waarin het bord wordt geplaatst.

 

Artikel 8 :

Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 7 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Artikel 9 :

De overeenkomstig artikel 8 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 20% van de verschuldigde belasting, met een minimum van 25,00 euro.

Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Artikel 10 :

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen en moet betaald worden binnen een termijn van twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 11 :

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Dit bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend worden. De indiening kan gebeuren door verzending, via elektronische weg, of door overhandiging. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde dag na de verzending van het aanslagbiljet waarin de bezwaartermijn vermeld staat.

 

Artikel 12 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur. 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.20. Milieu - Sociale correcties bij de toepassing van het contantbelastingreglement voor de huis-aan-huis inzameling van huishoudelijk afval - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het besluit van de gemeenteraad van 7 mei 2015 waarbij de sociale correcties bij de toepassing van het contantbeslastingreglement voor de inzameling van de hiernavolgende fracties van het huishoudelijk afval: het gewoon huisvuil, het grof vuil, gft en pmd, goedgekeurd werden.

 

Het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de huis-aan-huis-inzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep en de inzameling op het recyclagepark - aanslagjaren 2026 tot en met 2031, goedgekeurd door de gemeenteraad op 6 november 2025.

 

Feiten en context

Vanaf 1 januari 2014 bevat de door de Kruispuntbank aangeleverde lijst alle personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

 

Diftar huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’, maar voor bepaalde bevolkingsgroepen kan dit een zware financiële last betekenen. Het is wenselijk om deze bevolkingsgroepen te ondersteunen.

 

Argumentatie

Het doel is om ook de bevolkingsgroepen die recht hebben op een sociale correctie het huishoudelijk afval maximaal te doen scheiden in de voorziene fracties.

 

Een sociale correctie kan enkel worden toegekend aan personen die effectief in het bevolkingsregister van Bierbeek ingeschreven zijn op het ogenblik van betoelaging.

 

Het cumuleren van sociale correcties doet de beoogde effecten ervan verloren gaan. Dit moet vermeden worden.

 

Financiële gevolgen

De sociale correcties worden als een gemeentelijke toelage gestort op de diftarrekening horende bij het woonadres van de rechthebbende.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Met ingang van 1 januari 2026 wordt onder bepaalde voorwaarden aan inwoners, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Bierbeek, die behoren tot één van de volgende categorieën, een sociale correctie op de diftarrekening toegestaan onder de vorm van een jaarlijkse toelage:

  1. Inwoners met bepaalde medische of therapeutische noden: inwoners met urinaire incontinentie, blijvende of tijdelijke stomapatiënten, nierdialyse- en peritoneaaldialysepatiënten of patiënten met andere aandoeningen die door hun aard een verhoogde afvalproductie met zich meebrengen,
  2. Gezinnen met jonge kinderen: gezinnen, pleeggezinnen en adoptiegezinnen met kinderen onder de drie jaar,
  3. Personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming zoals meegedeeld wordt door de Kruispuntbank.
  4. Personen in budgetbeheer bij het OCMW van Bierbeek.

 

Artikel 2 :

De toelage voor inwoners met bepaalde medische of therapeutische noden wordt verleend na indiening van een aanvraag met medisch attest. De gemeente zal de diftarrekening van het betrokken gezin crediteren, mits de volgende voorwaarden:

        De toelage bedraagt 100% van de totale restafvalfactuur (inclusief huur en aanbieding), met een maximum van 60,00 euro per jaar.

        De toelage wordt aangevraagd via het daarvoor bedoelde aanvraagformulier en vergezeld van een medisch attest van de behandelende geneesheer met vermelding van naam en adres van de gerechtigde en dat de persoon medische of therapeutische noden heeft die door hun aard een verhoogde afvalproductie met zich meebrengen.

        Patiënten met een permanente aandoening dienen hun aanvraag met medisch attest jaarlijks te vernieuwen. Voor patiënten met een tijdelijke aandoening moet op het attest de behandelingsduur vermeld worden. Enkel aandoeningen met een behandelingsduur langer dan drie maanden komen in aanmerking.

        De aanvraag dient ingediend te worden bij het gemeentebestuur vóór 31 december van het aanvraagjaar.

 

Artikel 3 :

De toelage voor gezinnen met jonge kinderen wordt automatisch verleend op basis van de gegevens uit het bevolkingsregister tussen 1 januari en  31 december van het aanvraagjaar. De gemeente zal de diftarrekening van het betrokken gezin crediteren, mits de volgende voorwaarden:

        De toelage bedraagt 100% van de totale restafvalfactuur (inclusief huur en aanbieding), met een maximum van:

  1. 30,00 euro per jaar per kind van 0 tot 2 jaar,
  2. 15,00 euro per jaar per kind van 2 tot 3 jaar.

 

Artikel 4 :

De toelage voor personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming wordt automatisch verleend op basis van de gegevens die jaarlijks worden voorgelegd door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. De gemeente zal de diftarrekening van het betrokken gezin crediteren, mits de volgende voorwaarden:

      De toelage bedraagt 100% van de totale restafvalfactuur (inclusief huur en aanbieding), met een maximum van 30,00 euro per jaar.

 

Artikel 5 :

De toelage voor personen die in budgetbeheer zijn bij het OCMW van Bierbeek wordt automatisch verleend op basis van de gegevens die jaarlijks worden voorgelegd door het OCMW. De gemeente zal de diftarrekening van het betrokken gezin crediteren, mits de volgende voorwaarden:

      De toelage bedraagt 100% van de totale restafvalfactuur (inclusief huur en aanbieding), met een maximum van 30,00 euro per jaar.

      Enkel personen die minstens zes maanden ononderbroken in budgetbeheer zijn bij het OCMW komen in aanmerking.

 

Artikel 6 :

Het bedrag van deze toelage wordt in zijn geheel gestort op de diftarrekening van de betrokkenen in de maand april van het jaar volgend op het aanvraagjaar. Indien men op het ogenblik van betoelaging niet langer inwoner is van Bierbeek vervalt het recht op de sociale correctie.

 

Artikel 7 :

De in artikel 2, 3, 4 en 5 genoemde toelages zijn niet cumuleerbaar.

 

Artikel 8 :

Het besluit van de gemeenteraad van 7 mei 2015 betreffende sociale correcties bij de toepassing van het contantbelastingreglement voor de inzameling van de hiernavolgende fracties van het huishoudelijk afval: het gewoon huisvuil, het grof vuil, gft en pmd, wordt opgeheven.

 

Artikel 9 :

Onderhavige beslissing wordt voor kennisgeving bezorgd aan het intergemeentelijk milieubedrijf EcoWerf.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.22. Financiën - Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie – goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.

 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009,  artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7.

 

Feiten en context

De gemeenteraad keurde op 1 juni 2023 de aansluiting op het Vastgoedinformatieplatform en een vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie goed. Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers.

 

Op 1 februari 2024 werd de ingebruikname van het Vastgoedinformatieplatform en de vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie goedgekeurd.

 

Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (“Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.  

 

Via het Vastgoedinformatieplatform kan de gemeente de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie  verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie ontsluiten.

 

Adviezen

Het advies van de DPO van Vera van 19 januari 2024 was gunstig voor de uitwisseling van data.

 

Argumentatie

De aanvragers wensen informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld te ontvangen.

 

De gemeente vindt het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed.

 

De gemeenten zijn op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen.

 

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

 

De gemeente Bierbeek wil de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager verhalen.

 

Het afleveren van vastgoedinformatie is wel sterk geautomatiseerd, maar de koppelingen en het actueel houden van de datalagen vereist ook een permanente grote investering. Bovendien worden alle dossiers toch nog handmatig gevalideerd door de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 - Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

 

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

 

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

 

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;

 

5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

 

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;

 

8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

 

9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

 

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

 

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

 

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

 

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

 

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

 

15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product; 

 

 

Artikel 2 - Algemeen

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen.

 

Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen).

 

De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

 

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

 

Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Bierbeek een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

 

Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

 

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.

 

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

 

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

        externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.

        lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        gerechtelijke overheden;

        hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;

        politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

Artikel 4 - Bedrag

Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:

 

Voorwerp aanvraag

Retributiebedrag per kadastraal perceel

Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

120,00 euro

 

Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.

 

Artikel 5 - Inning

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Bierbeek en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

 

Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Bierbeek wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

 

De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Bierbeek en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkings-verantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit reglement.

 

Artikel 7 – Ondertekening

De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Bierbeek via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 8 - Vervanging voorgaande reglementering

Dit reglement vervangt vanaf 1 januari 2026 alle retributiereglementen die betrekking hebben op aanvragen van producten, die kunnen worden aangevraagd via het Vastgoedinformatieplatform.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 1 februari 2024 "Ingebruikname Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie" wordt opgeheven.

 

Artikel 9 - Bekendmaking

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.23. Financiën - Retributiereglement voor graf-, columbarium-, en urnenkelderconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004.

 

Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure voor provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 7 februari 2002 betreffende het retributiereglement voor graf-, columbarium-en asurnenconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 7 mei 2002 betreffende het retributiereglement voor graf-, columbarium-en asurnenconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen: aanpassing artikel 3 raadsbesluit van 7 februari 2002.

 

Het algemeen begraafplaatsreglement van 29 juni 2023.

 

Feiten en context

Het vorige retributiereglement dateert van 7 februari 2002. Een actualisering en indexering van de tarieven zijn nodig.

 

Argumentatie

Het aanbieden van kelders voor 2 en 3 personen wordt uitdovend gemaakt. De bestaande voorraad wordt nog aangewend, maar er worden geen nieuwe kelders meer aangekocht.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op de graf-, columbarium- en urnenkelderconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

De retributie voor de concessie die voor de eerste maal worden verleend, wordt vastgesteld als volgt:

 

Periode

Inwoners

Niet-inwoners

 

Graf

Urnenkelder

Columbarium

Graf

Urnenkelder

columbarium

20 jaar

550,00

euro

500,00

euro

450,00

euro

1.100,00 euro

1.000,00 euro

900,00

euro

30 jaar

900,00

euro

800,00

euro

710,00

euro

1.800,00 euro

1.600,00 euro

1.420,00 euro

50 jaar

1.650,00 euro

1.450,00 euro

1.275,00 euro

3.300,00 euro

2.900,00 euro

2.250,00 euro

 

Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt als inwoner van de gemeente beschouwd, elke persoon die voldoet aan artikel 14 van het algemeen begraafplaatsreglement.

 

Artikel 2 :

De retributie dient betaald te worden vóór het ter beschikking stellen van het graf, de nis of de urnenkelder.

 

Artikel 3 :

De retributie voor een hernieuwing is dezelfde voor een graf, nis of urnenkelder.

Een hernieuwing kan aangevraagd worden voor:

Periode

Inwoner

Niet-inwoner

10 jaar

400,00 euro

800,00 euro

20 jaar

700,00 euro

1.400,00 euro

 

Een nieuwe termijn begint te lopen vanaf de vorige vervaldatum.

 

Een bijzetting in een concessie, die binnen de vijf jaar vervalt, is slechts toegelaten indien men deze concessie verlengt.

 

Artikel 4 :

Wanneer na de bijzetting in een columbariumnis of urnenkelder een concessie wordt gevraagd, zal de retributie hiervoor gerekend worden vanaf de datum van de bijzetting in een columbariumnis of urnenkelder.

 

Artikel 5 :

Op verzoek van de concessionaris kan het college van burgemeester en schepenen, in de loop van het contract, een geconcedeerd perceel terugnemen wanneer dit ongebruikt is gebleven of zulks wordt ingevolge de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen. De gemeente is voor deze overneming slechts gehouden tot terugbetaling van een bedrag berekend in verhouding tot de nog te lopen termijn en op basis van de bij toekenning betaalde retributie.

 

Artikel 6 :

Er wordt een retributie gevestigd op de begraving, de asverstrooiing en de bijzetting in een gemeentelijk columbarium en urnenveld, voor personen die niet voldoen aan artikel 14 van het algemeen begraafplaatsreglement en bijgevolg als niet-inwoner worden beschouwd.

Deze retributie wordt vastgesteld op 200,00 euro.

 

Artikel 7 :

De retributie voor de aankoop en plaatsing van een grafkelder bij een 50-jarige concessie wordt vastgesteld als volgt:

        een kelder voor 2 personen: 650,00 euro.

        een kelder voor 3 personen: 800,00 euro.

 

Artikel 8 :

Bij interpretatieverschil tussen dit reglement en het nieuw algemeen begraafplaatsreglement, primeert dit laatste.

 

Artikel 9 :

Elk vorig retributiereglement geldend op de begraafplaatsen van Bierbeek wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 10 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.24. Financiën - Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein - periode 2026-2028 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 29 juni 2017 houdende de goedkeuring van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2022 betreffende het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.

 

Argumentatie

De gemeente Bierbeek en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.

 

Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.

 

Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten er ook geregeld dringende werken uitgevoerd worden die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die een voortdurende impact hebben op het openbaar domein.

 

De actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaalconcept en het gebruik van nieuwe instrumenten zoals GIPOD, KLIP, enzovoorts.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028 een retributie gevestigd op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen. 

 

Permanente nutsvoorzieningen zijn:

        Alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten , palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;

        Alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nuts­voorzieningen.

 

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente Bierbeek of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.

 

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Artikel 2 :

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per lopende meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. 

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, in analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

 

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Elk deel van een lopende meter wordt als een volledige lopende meter in rekening gebracht.

 

Artikel 3 :

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onder­houdswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.

 

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als haar werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente Bierbeek. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, in analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd.

 

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente Bierbeek.

 

Artikel 4 :

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen. 

 

Artikel 5 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.25. Financiën - Gemeentelijk reglement: retributie voor het plaatsen van verkeerssignalisatie en afbakening - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende het retributiereglement voor het plaatsen van verkeerssignalisatie en afbakening.

 

De uitvoering van deze opdrachten heeft een financiële impact die niet ten laste is van de gemeenschap, maar van de verzoeker. Deze financiële impact moet op een correcte en éénduidige manier kunnen worden doorgerekend.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op het plaatsen van verkeerssignalisatie en afbakening bij verhuizen, begrafenissen, huwelijken, het plaatsen van containers en dergelijke op het grondgebied van de gemeente Bierbeek. Deze opsomming is niet limitatief.

 

Artikel 2 :

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die de aanvraag tot plaatsen van de verkeerssignalisatie of afbakening indient. Als deze niet gekend is, wordt de retributie gevestigd lastens de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd. Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.

 

Artikel 3 :

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

        Basisbedrag van 75,00 euro voor de eerste week, inclusief het gereedmaken, laden en lossen, het vervoeren, plaatsen en verwijderen van de gevraagde verkeerssignalisatie of afbakening;

        50,00 euro per aanvang van elke volgende week.

 

Artikel 4 :

De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen de 30 dagen na verzending van de factuur.

 

Artikel 5 :

Worden vrijgesteld:

        Organisaties met toeristische, filantropische, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische, sportieve, culturele of sociale doeleinden, voor zover de activiteiten gericht zijn op de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel; 

        Jeugdverenigingen of instanties die zich uitsluitend met jeugdwerking bezighouden;

        Onderwijsinstellingen voor zover de manifestatie louter gericht is op de schoolactiviteiten;

        Handelsverenigingen ter gelegenheid van braderijen en eindejaarsfeesten;

        Feest-, rommel- en/of antiekmarkten en dergelijke ter gelegenheid van deze markten;

        Private organisatoren van evenementen die voorafgaand goedkeuring van vrijstelling van deze retributie hebben ontvangen van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.26. Financiën - Gemeentelijk reglement: retributie voor de uitvoering van werken ten laste van derden - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De wet van 30 december 1975, en latere wijzigingen, betreffende goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijziging, is van toepassing.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende het retributiereglement voor uitvoering van werken ten laste van derden.

 

De gemeentediensten worden ingezet voor werken ten laste van derden, onder andere voor:

        Het herstellen van beschadigingen van het openbaar domein, aangebracht door derden;

        Het veiligstellen van gevaarlijke toestanden ontstaan door handelingen of nalatigheden van derden;

        Opruimen van verloren lading, aanwijsbaar sluikstort,...

Deze opsomming is niet limitatief.

 

Argumentatie

Voor werken ten laste van derden wordt personeel en materiaal ingezet. In uitzonderlijke gevallen dient ook materiaal te worden aangekocht.

 

De uitvoering van deze opdrachten heeft een financiële impact die niet ten laste is van de gemeenschap, maar van derden die de verantwoordelijkheid dragen voor de noodzaak tot uitvoering van de werken.

 

Deze financiële impact moet op een correcte en éénduidige manier kunnen worden doorgerekend aan deze derden.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op werken ten laste van derden op het grondgebied van de gemeente Bierbeek.

 

Artikel 2 :

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de noodzakelijke werken. Als deze niet gekend is wordt de retributie ambtshalve gevestigd ten laste van de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd. Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.

 

Artikel 3 :

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

        Vaste administratieve kost: 60,00 euro / dossier

        Uurloon arbeiders: 50,00 euro / uur

        Graaf-laadcombinatie: 25,00 euro / uur

        Vrachtwagen: 25,00 euro / uur

        Veegmachine: 25,00 euro / uur

        Tractor: 25,00 euro / uur

        Klein materiaal: 15,00 euro / dossier

        Overig materiaal: te verrekenen aan kostprijs

 

Artikel 4 :

De retributie is invorderbaar na opmaak van een bestek door de technisch uitvoerende dienst. De betaling dient te gebeuren binnen de 30 dagen na verzending van de factuur.

 

Artikel 5 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.27. Financiën - Retributiereglement op rioleringsaansluitingen en plaatsen/vernieuwen IBA's - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Feiten en context

Het gemeentelijk reglement inzake het lozen van afvalwater, meer bepaald artikel 11, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 augustus 1998.

 

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende het retributiereglement op rioleringsaansluitingen.

 

Argumentatie

Om redenen van technische aard en eenvormigheid dienen de aansluitingen op het gemeentelijk riolenstelsel vanaf de hoofdrol tot aan de grenslijn (rooilijn) met het particuliere eigendom uitgevoerd te worden door de gemeentediensten, waardoor het dan ook logisch is dat de aansluitingskosten verhaald worden op de aanvrager.

 

De vervanging van een bestaande IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) wordt aanzien als een nieuwe aansluiting en dus wordt de aansluitingskost verhaald op de eigenaar.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen. 

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026  voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd voor aansluiting op het openbaar riolenstelsel door de technische dienst van de gemeente of in opdracht van het gemeentebestuur. De standaard aansluiting wordt aangerekend per aansluiting, onafhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van een gescheiden stelsel of een gracht en onafhankelijk of het gaat om het plaatsen van een nieuwe IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) of vervangen van een bestaande IBA gaat.

 

Artikel 2 :

De retributie is verschuldigd:

        Bij aanvraag aansluiting op een onbebouwd perceel zonder of met wachtaansluiting: door de natuurlijke- of rechtspersoon die om een aansluiting verzoekt (bouwheer);

        Bij aanvraag nieuwe aansluiting op een bebouwd perceel zonder of met aansluiting: door de natuurlijke- of rechtspersoon die om de aansluiting verzoekt (bouwheer);

        Bij ontbreken van een wachtaansluiting in een private verkaveling of ontwikkeling: door de initiatiefnemer van de verkaveling of ontwikkeling;

        Bij het plaatsen of vervangen van een IBA.

 

De retributie is niet verschuldigd bij verkaveling of ontwikkeling van een terrein met aanleg riolering, waarbij de aansluitingen gerealiseerd worden door de verkavelaar en waarbij de kost voor de aansluiting geacht wordt te zijn doorgerekend in de aankoopprijs van de grond.

 

Artikel 3 :

Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

        Standaard aansluiting      1.400,00 euro per aansluiting + btw

        Standaard plaatsing of vervanging van een IBA  1.400,00 euro per IBA + btw

        Toeslag bijkomende wooneenheid   250,00 euro per wooneenheid + btw

        Bijkomende rioleringsaansluiting    Volgens bestek

 

Artikel 4 :

De betaling:

        de betaling van de retributie dient bij afgifte van de stedenbouwkundige vergunning te worden betaald via de overschrijving op de rekening van de gemeente.

        de retributie voor de plaatsing of vervanging van de IBA dient betaald te worden voor de uitvoering van de werken.

 

Artikel 5 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.28. Financiën - Gemeentelijk reglement: retributie voor de verkoop van compostbakelementen, geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes - periode 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijziging, is van toepassing.

 

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) en bijlagen, zoals gewijzigd.

 

Het uitvoeringsplan 'Huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval' van de Vlaamse regering van 16 september 2016.

 

Feiten en context

Het retributiereglement voor het transport van houtsnippers en de verkoop van compostbakelementen, geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes, goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 december 2019.

 

Thuiscomposteren doet de hoeveelheid groenafval en gft verminderen.

 

Voor heel wat inwoners is het niet mogelijk om zelf compostbakelementen te vervoeren.

 

De productiekost van een compostbakelement wordt momenteel geraamd op 17,00 euro.

 

Het aanbieden van geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes speelt in op het verhogen van comfort voor de inwoner om gft apart in te zamelen.

 

Door de beheeroverdracht aan Ecowerf van de exploitatie van het gemeentelijk recyclagepark en van de snoeihoutinzameling in 2022 wordt snoeihout integraal verwerkt door Ecowerf. Daardoor biedt de gemeente niet langer houtsnippers aan.

 

Argumentatie

De huidige verkoopprijs van 10,00 euro per element gecombineerd met het gratis transport bij een eerste bestelling op jaarbasis dekt niet langer de productiekost van compostbakelementen.

 

Een goede balans tussen een kostendekkend tarief en een stimulans voor gedragsverandering is belangrijk in een degelijk financieel beleid. Om tegemoet te komen aan dit principe wordt het tarief voor verkoop en transport van compostbakelementen aangepast.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op de verkoop van compostbakelementen, het eventuele transport ervan en voor de verkoop van geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op:

        20,00 euro per compostbakelement met een maximum van 12 elementen per adres en per jaar. Leveringen aan huis van compostbakelementen binnen de grenzen van de gemeente worden gratis uitgevoerd. Als een levering minder dan 12 elementen omvat en op hetzelfde adres extra elementen worden besteld binnen hetzelfde jaar, zal er voor de levering een forfaitaire kost van 20,00 euro worden gefactureerd.

        5,00 euro per geventileerd keukenafvalbakje, inclusief 1 rol van 50 composteerbare zakjes.

        3,00 euro per rol van 50 composteerbare zakjes van 10 liter.

 

Artikel 2 :

De betaling van compostbakelementen en de leveringen dient te gebeuren binnen 30 dagen na verzending van de factuur.

 

Artikel 3 :

De retributie voor de verkoop van geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes dient contant betaald te worden.

 

Artikel 4 :

Het gemeentebestuur biedt aan de inwoners van de gemeente de geventileerde keukenafvalbakjes en composteerbare zakjes te koop aan bij de dienst burgerzaken tijdens de normale openingsuren van deze dienst.

 

Artikel 5 :

Onderhavige beslissing wordt voor kennisgeving bezorgd aan het intergemeentelijk milieubedrijf EcoWerf.

 

Artikel 6 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.29. Financiën - Retributiereglement inzameling asbest aan huis - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het ministerieel besluit van 27 oktober 2025 tot toekenning van een subsidie aan EcoWerf voor een bronophalingsproject van asbestcement in het kader van het asbestafbouwbeleid (Dossiernummer 25/0203).

 

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

Het Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

 

Het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval van 16 september 2016, zoals gewijzigd.

 

Het besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2025 betreffende de vaststelling van een retributiereglement voor inzameling van asbest aan huis.

 

Feiten en context

EcoWerf organiseert de inzameling van asbesthoudende golfplaten en leien van particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s. Deze kunnen deelnemen aan het project via platen- of kuubzakken (maximaal 8 zakken wat overeenstemt met ca. 240 m² dak) of per container (maximum 2 containers wat overeenstemt met ca. 480 m² dak).

 

De werkwijze is als volgt:

  1. De inwoner vult op de website een formulier in.
  2. De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning indien de container niet op het eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.
  3. EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.

 

Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project.

 

Er wordt een tarief geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:

        de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking gesteld worden via de asbestcoach van EcoWerf.

        de ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

 

Bij de aankoop van minstens één asbestzak/container zijn twee veiligheidskits inbegrepen.

 

Argumentatie

De organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest.

 

De organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden.

 

Financiële gevolgen

De inzameling van asbest aan huis kadert in het ondernemen van acties rond afvalbeleid. Om een de versnelde asbestafbouw te bevorderen wordt gekozen voor een lage financiële drempel. Enkel de organisatie en uitvoering van de ophaling van asbest aan huis wordt aangerekend.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Het gemeentebestuur heft een retributie op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

 

Artikel 2 :

§1. De retributie bedraagt:

voor een kuubzak (1 m³): 40,00 euro

voor een plaatzak (1 m³): 40,00 euro

voor een container: 170,00 euro

§2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.

 

Artikel 3 :

De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:

  1. Inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf;
  2. Asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek;
  3. De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling;
  4. De inwoner vult de zak(ken)/container(s) korte tijd voor de ophaaldag;
  5. EcoWerf komt de zak(ken)/container(s) ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.

 

Artikel 4 :

EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze, met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.

 

Artikel 5 :

Dit reglement vervangt vanaf 1 maart 2026 het retributiereglement voor inzameling van asbest aan huis van 27 maart 2025 en loopt tot 31 december 2027.

 

Artikel 6 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.30. Financiën - Retributiereglement voor deelname aan gemeentelijke vrijetijdsactiviteiten - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Op 24 april 2025 keurde de gemeenteraad het retributiereglement voor deelname aan gemeentelijke vrijetijdsactiviteiten, goed.

 

Feiten en context

Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in actie A020101 een gevarieerd aanbod aan vrijetijdsactiviteiten voor kinderen en jongeren.

 

Argumentatie

Het bestaande retributiereglement, goedgekeurd op 24 april 2025, bevatte geen specifieke vermelding van de nieuwe vakantiekampen. Om deze activiteiten correct te integreren en te zorgen voor een consistente prijsstelling, moeten de vakantiekampen aan het retributiereglement worden toegevoegd.

 

Door deelname aan de UiTPAS-regio wordt gewaarborgd dat activiteiten betaalbaar blijven, ook voor mensen met een beperkt inkomen.

 

De aangepaste tarieven maken het bovendien mogelijk om te investeren in kwalitatief materiaal, aangepaste infrastructuur en deskundige lesgevers, wat bijdraagt aan een sterkere inhoudelijke kwaliteit van het vrijetijdsaanbod.

 

De financiële toestand van de gemeente wordt bij vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

Er wordt een gemeentelijke retributie ingevoerd voor deelname aan door de gemeente georganiseerde vrijetijdsactiviteiten en vakantiewerking, evenals voor het gebruik van de gemeentelijke afspuitstand.

 

Artikel 2:

§1. De retributie dient te worden betaald vóór de activiteit, op de rekening van de gemeente of bij de inschrijving voor een sportactiviteit met het oog op deelname.

 

§2. De retributie voor het gebruik van de gemeentelijke afspuitstand moet contant worden betaald via de daarvoor bestemde geldautomaat.

 

Artikel 3:

§1. De lessenreeksen worden opgedeeld in volgende categorieën:

        Categorie A: standaardaanbod zonder lesgeverskosten

         1,50 euro per les, verrekend in een totaalsom per lessenreeks

        Categorie B: standaardaanbod met beperkte lesgever- en organisatiekosten

         2,50 euro per les, verrekend in een totaalsom per lessenreeks

        Categorie C: standaardaanbod met uitgebreide lesgever- en organisatiekosten

         3,00 euro per les, verrekend in een totaalsom per lessenreeks

 

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de lessenreeksen in één van de categorieën in te delen.

 

De kostprijs van de lessenreeksen wordt als volgt bepaald: tarief per les X aantal voorziene lessen in de reeks.

 

§2. De retributie van de Tienersportdagen wordt vastgelegd op 30,00 euro per (dag)-activiteit.

 

§3. De retributie voor volgende vakantiekampen wordt vastgelegd op:

        Sportweek (5 dagen)

         100,00 euro per kind, jonger dan 12 jaar, van een Bierbeekse inwoner

         110,00 euro per kind, jonger dan 12 jaar, van een niet-Bierbeekse inwoner

         120,00 euro per kind, ouder dan 12 jaar, van een Bierbeekse inwoner

         130,00 euro per kind, ouder dan 12 jaar, van een niet-Bierbeekse inwoner

        Omnisportkamp voor kleuters en lagere school (5 dagen)

         120,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         130,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

        Theaterkamp (5 dagen)

         120,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         130,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

        Avonturenkamp (5 dagen)

         130,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         140,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

        Filmkamp (5 dagen)

         140,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         150,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

        Creakamp (5 dagen)

         140,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         150,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

        Muziekkamp (5 dagen)

         140,00 euro per kind van een Bierbeekse inwoner

         150,00 euro per kind van een niet-Bierbeekse inwoner

 

§4. De retributie voor de kleuterhappening bedraagt 5,00 euro per kind.

 

§5. De retributie voor Mysterieuze bossen bedraagt 7,00 euro per deelnemer.

 

§6. De retributie voor familiefestival Borresteboven bedraagt 10,00 euro per deelnemer.

 

§7. De retributie voor het gebruik van de gemeentelijke afspuitstand bedraagt 0,50 euro per beurt.

 

§8. Met uitzondering van de retributie voor het gebruik van de afspuitstand geldt voor elk van bovenstaande retributies het UiTPAS-kansentarief.

 

Artikel 4:

Kan men om medische redenen niet deelnemen aan de gemeentelijke activiteiten, omschreven in artikel 3§1, §2 en §3, dan wordt na voorleggen van een medisch attest volgend bedrag terugbetaald:

        Bij voorafgaandelijk verwittigen:

         De totale som indien men minstens een week voor de activiteit verwittigt.

         De totale som, verminderd met 20% administratiekosten, indien men minder dan een week voor de activiteit verwittigt.

        Bij verwittigen tijdens de activiteit of activiteitenreeks:

         Enkel voor de sportweken het resterende bedrag, overeenkomstig de niet-gevolgde dagen, verminderd met 20% administratiekosten.

        Geen terugbetaling voor alle andere activiteiten die reeds gestart zijn.

 

Artikel 5:

Kan men om andere dan medische redenen niet deelnemen aan de gemeentelijke activiteiten, omschreven in artikel 3§1, §2 en §3, dan gelden volgende annulatievoorwaarden:

        Tot 14 dagen voor aanvang van het kamp of de lessenreeks: kosteloze annulatie met volledige terugbetaling.

        Tussen 14 en 7 dagen voor aanvang: terugbetaling van de totaalsom, verminderd met 20% administratiekosten.

        Minder dan 7 dagen voor aanvang: geen terugbetaling, tenzij een vervanger wordt gevonden die de plaats kan innemen. In dat geval wordt de totaalsom terugbetaald, verminderd met 20% administratiekosten.

 

Artikel 6:

Deze retributie van de gemeentelijke activiteiten, omschreven in artikel 3§1, §2 en §3 omvat alle kosten met betrekking tot lesgevers, verzekering, administratie, accommodatie en gebruik van materiaal.

 

Artikel 7:

Als door uitzonderlijke omstandigheden de duur van een sportkamp, omschreven in artikel 3§3, wordt ingekort of niet overeenstemt met het voorziene aantal dagen of uren, dan wordt het tarief verminderd naar rato van de duur of de geleverde prestaties.

 

Artikel 8:

Wordt de activiteit, omschreven in artikel 3§1, §2, §3, §4, §5 en §6 om welke reden ook afgelast, dan wordt de integrale som terugbetaald.

 

Artikel 9:

De deelnamebijdrage voor een activiteit, omschreven in artikel 3§1, §2, §3, §4, §5 en §6 dient vooraf betaald, anders kan de deelname geweigerd worden.

 

Artikel 10:

Het retributiereglement voor deelname aan gemeentelijke vrijetijdsactiviteiten gaat vanaf 1 januari 2026 in.

 

Artikel 11:

Het retributiereglement voor deelname aan gemeentelijke vrijetijdsactiviteiten, goedgekeurd door de gemeenteraad van 24 april 2025 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 12:

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.31. Politie - Uitbreiding van het aanvullend reglement op het wegverkeer - verboden verkeer voor fietsers, bromfietsers, bestuurders van speedpedelecs en ruiters in Voetweg 93 ‘Boulevarreke’ van de Dorpsstraat tot aan de Ruisbroekstraat via verbodsbord C11 - nieuw reglement - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De wet op de politie van het wegverkeer.

 

Het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

 

Het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

 

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer, aangenomen door de gemeenteraad van Bierbeek in zitting van 05/02/1982 en goedgekeurd op 05/05/1982.

 

De goedkeuring van het geactualiseerde mobiliteitsplan van de gemeente Bierbeek door de gemeenteraad in zitting van 31/03/2022.

 

De uitbreiding van het aanvullend reglement op het wegverkeer van 5 februari 1982: verboden verkeer voor fietsers, bromfietsers, bestuurders van speed pedelecs en ruiters in Voetweg 93 ‘Boulevarreke’ van de Dorpsstraat tot aan de Ruisbroekstraat, goedgekeurd door de gemeenteraad op 05/05/2022.

 

Feiten en context

Het traject van Voetweg 93 ‘Boulevarreke’ van de Dorpsstraat tot aan de Ruisbroekstraat is door de signalisatie met verbodsborden C3 niet toegankelijk voor bestuurders van voertuigen. Voetgangers hebben wel vrije doorgang.

 

Rijwielbestuurders blijven evenwel gebruik maken van Voetweg 93.

 

Adviezen

De Lokale Politie PZ Lubbeek verleende gunstig advies op 29 oktober 2025.

 

Argumentatie

Om de vlotte en veilige doorgang van voetgangers langs het traject van Voetweg 93 ‘Boulevarreke’ te waarborgen, en om spoorvorming in het genoemde traject te vermijden, dient de toegankelijkheid van dit wandeltraject voor fietsers, bromfietsers en bestuurders van speed pedelecs verboden te worden via duidelijke signalisatie.

 

De gereglementeerde signalisatie via verbodsborden C3 is onvoldoende duidelijk. Verbodsborden C11 zijn hier meer aangewezen omdat ze de toegang specifiek verbieden voor bestuurders van rijwielen, en dit ook visueel aangeven.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer van de gemeente Bierbeek van 5 februari 1982 wordt gewijzigd als volgt :

 

HOOFDSTUK I: VERBODEN EN BEPERKT VERKEER

 

Artikel 2.c:

 

Wordt aangevuld:

 

Voetweg 93 ‘Boulevarreke’: verboden verkeer

Op navolgende wegen is de toegang in beide richtingen verboden voor fietsers, bromfietsers, bestuurders van speed pedelecs en ruiters:

 

        Voetweg 93 ‘Boulevarreke’

 

Dit wordt aangeduid met verkeersborden C11 'verboden toegang, in beide richtingen, voor bestuurders van rijwielen' ter hoogte van de aansluitingen van Voetweg 93 met de Dorpsstraat en met de Ruisbroekstraat en eveneens in de beide wandelrichtingen ter hoogte van de aansluitingen met de Gareelstraat en de Beekstraat.

 

Artikel 2:

Het aanvullend verkeersreglement verboden verkeer Voetweg 93 ‘Boulevarreke’ van de Dorpsstraat tot aan de Ruisbroekstraat door verbodsbord C3, van 05/05/2025, wordt opgeheven.

 

Artikel 3:

Dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.32. Politie - Aanvullend reglement op het wegverkeer - oversteekplaats voetgangers Schoolstraat ter hoogte van hoofdingang 't Klavertje Bierbeek - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De wet op de politie van het wegverkeer.

 

Het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

 

Het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

 

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer, aangenomen door de gemeenteraad van Bierbeek in zitting van 05/02/1982 en goedgekeurd op 05/05/1982.

 

De goedkeuring van het geactualiseerde mobiliteitsplan van de gemeente Bierbeek door de gemeenteraad in zitting van 31/03/2022.

 

Feiten en context

Omdat de straatzone ter hoogte van gemeenteschool ’t Klavertje Bierbeek een zekere lengte heeft, en er oversteekbewegingen plaatsvinden langs de bestaande oversteekplaats voor voetgangers ter hoogte van de schoolpoort, dient deze verkeerssituatie voor alle weggebruikers verduidelijkt en verbeterd te worden.

Dit kan door het creëren en duidelijk kenbaar maken van een extra oversteekplaats voor voetgangers ter hoogte van de hoofdingang van de school.

 

Adviezen

De Lokale Politie PZ Lubbeek verleende gunstig advies op 4 november 2025.

 

Argumentatie

Een extra oversteekplaats voor voetgangers kan de algemene verkeersveiligheid van weggebruikers in de Schoolstraat verhogen, door het reglementair en dus veiliger oversteken mogelijk te maken op een bijkomende locatie binnen eenzelfde schoolomgeving.

 

Extra signalisatie door middel van verkeersborden F49 is niet vereist omdat in de Schoolstraat een zone 30-regime geldt.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer van de gemeente Bierbeek van 5 februari 1982 wordt gewijzigd als volgt :

 

HOOFDSTUK IV: ORDENING VAN HET VERKEER

 

Artikel 10 g : Oversteekplaatsen voor voetgangers

 

Wordt aangevuld als volgt:

 

Schoolstraat huisnummer 37, ter hoogte van de hoofdingang van gemeenteschool ’t Klavertje Bierbeek.

 

Deze maatregel wordt aangeduid door middel van een oversteekplaats voor voetgangers, aangebracht of geschilderd op de rijweg.

 

 

Artikel 2:

Dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.33. Politie - Aanvullend reglement op het wegverkeer - parkeerverbod Korbeekhof door middel van onderbroken gele strepen - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur;

 

De wet op de politie van het wegverkeer.

 

Het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

 

Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

 

Het ministerieel besluit waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.

 

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer, aangenomen door de gemeenteraad van Bierbeek in zitting van 05/02/1982 en goedgekeurd op 05/05/1982.

 

De goedkeuring van het geactualiseerde mobiliteitsplan van de gemeente Bierbeek door de gemeenteraad in zitting van 31/03/2022.

 

Feiten en context

Er kan reglementair geparkeerd worden langs het eerste rechte gedeelte van Korbeekhof, vanaf het kruispunt met de Pastoriestraat tot aan de linkse bocht. Dit bemoeilijkt het vlot in- en uitrijden van Korbeekhof, meer bepaald voor zwaardere voertuigen.

 

Adviezen

De Lokale Politie PZ Lubbeek verleende gunstig advies op 7 november 2025.

 

Argumentatie

De bereikbaarheid van de woningen in Korbeekhof kan bevorderd worden door een verbod in te stellen voor langsparkeren in het eerste gedeelte van Korbeekhof, en dit over een lengte van 15 meter aan beide zijden van de straat, vanaf het dwarsrooster bij het kruispunt met de Pastoriestraat.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

Het gemeentelijk aanvullend reglement op het wegverkeer van de gemeente Bierbeek d.d. 05/02/1982 wordt gewijzigd als volgt :

 

HOOFDSTUK V: STILSTAAN EN PARKEREN

 

Artikel 11.b: Parkeren verboden door gele onderbroken streep

 

Wordt aangevuld met:

 

KORBEEKHOF, vanaf het kruispunt met de Pastoriestraat en dit aan weerszijden van Korbeekhof over een afstand van 15 meter.

 

Deze maatregel wordt ter kennis gebracht door middel van gele onderbroken strepen, aangebracht op de boordstenen langs de rand van de toegangsweg van de verkaveling Korbeekhof, over een afstand van 15 meter vanaf het dwarsrooster aan de aansluiting met de Pastoriestraat, en dit langs beide zijden.

Langs deze onderbroken gele strepen is het parkeren op de rijbaan verboden.

 

Artikel 2:

Dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.34. Burgerzaken - Reglement voor de geschenken ter gelegenheid van huwelijksjubilea, 100-jarigen en +100-jarigen - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De gemeenteraadbeslissing van 7 mei 2015 betreffende geschenken ter gelegenheid van de huwelijksjubilea.

 

Feiten en context

De gouden koppels worden twee keer per jaar (juni en november) gezamenlijk gevierd in het gemeentehuis.

 

De andere koppels die hun 60-65-70 jaar huwelijk vieren krijgen bezoek van de burgemeester en een schepen.

 

Argumentatie

Het huidige reglement strookt niet meer met de realiteit en moet hernieuwd worden.

 

Financiële gevolgen

De kredieten voor deze uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

Volgende geschenken worden aan de jubilarissen overhandigd:

  1. Kadoobon

 De bedragen voor de Kadoobonnen worden vastgesteld als volgt:

         €100 voor een gouden jubileum

         €150 voor een diamanten jubileum

         €200 voor een briljanten jubileum

         €250 voor een platina jubileum

         €250 voor een 100-jarige

 

  1. Een bloemstuk

 De bedragen voor de bloemen worden vastgesteld als volgt;

         €35 voor een gouden jubileum

         €35 voor een diamanten jubileum

         €40 voor een briljanten jubileum

         €40 voor een platina jubileum

         €40 voor 100 jarige of ouder

 

Dit zijn prijzen exclusief leveringskosten en/of kaartkosten. Deze prijzen kunnen jaarlijks worden geïndexeerd na akkoord van het college van burgemeester en schepenen.

 

  1. Een Hageland-pakket met streekproducten.

  Het bedrag voor het Hageland-pakket met streekproducten word vastgesteld op €35.

 

Artikel 2:

De koppels die hun 50 jaar huwelijk vieren worden uitgenodigd voor een gezamenlijke viering in het gemeentehuis.

Op de huwelijksverjaardag ontvangen zij een bloemstuk.

 

De data van de vieringen worden elk jaar in het begin van het jaar vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen. 

 

Artikel 3:

De koppels die hun 60-65-70 jaar huwelijk vieren, krijgen op de huwelijksverjaardag een bloemstuk.

De geschenken worden ten huize overhandigd door de burgemeester en een schepen.

 

Artikel 4:

Inwoners die 100 jaar of ouder worden, krijgen eveneens een bezoek van de burgemeester.

De geschenken worden door hem overhandigd.

 

Artikel 5:

Dit reglement vervangt alle voorgaande reglementen betreffende toelagen aan jubilarissen vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 7:

Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.36. Landbouw - Landbouwraad - samenstelling raad en coördinatiecomité - kennisneming

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Kennisneming

De gemeenteraad keurde op 6 november 2025 de wijziging van de statuten van de gemeentelijke landbouwraad goed.

 

De gemeenteraad neemt kennis van de samenstelling van de landbouwraad.

 

Naam lid

Effectief / plaatsvervanger

Man / Vrouw

Specifieke functie

Kris Abts

Effectief

Man

Lid

Pierre Beeckelaers

Effectief

Man

Lid

Erna Decoster

Effectief

Vrouw

Lid

Sam Geysens

Effectief

Man

Lid

Monique Goovaerts

Effectief

Vrouw

Lid

Raf Seldeslachts

Effectief

Man

Lid

Stijn Stillaert

Effectief

Man

Lid

Wim Taverniers

Effectief

Man

Lid

Thomas Vanderwegen

Effectief

Man

Lid

Marc Vanmeerbeek

Effectief

Man

Lid

Nico Verboomen

Effectief

Man

Lid

Jos Abts

Effectief

Man

Lid

Justin Decoster

Effectief

Man

Lid

Geert Robijns

Effectief

Man

Lid

Yvo Taverniers

Effectief

Man

Lid

Guy Lambrechts

Effectief

Man

Gecoöpteerd lid

 

Niet stemgerechtigde leden: vertegenwoordigers van de politieke fracties en bestuur:

 

Naam lid

Vertegenwoordiging fractie

Effectief / plaatsvervanger

Ingrid Rosseels

cd&v Bierbeek

Effectief

Claudia Van Passel

cd&v Bierbeek

Plaatsvervanger

Herman Heymans

Groen Bierbeek

Effectief

Sebastiaan Therry

Groen Bierbeek

Plaatsvervanger

Bram Neirinck

N-VA Bierbeek

Effectief

Marijke Sterckx

N-VA Bierbeek

Plaatsvervanger

Maarten Van Schoonbeek

Open Bierbeek

Effectief

Nathan Vandenborre

Open Bierbeek

Plaatsvervanger

Bram Vrancken

Vooruit Bierbeek

Effectief

Tie Vanbeselaere

Vooruit Bierbeek

Plaatsvervanger

Sandra Noé

schepen van landbouw

 

Jan Vanrusselt

ambtenaar gemeente

secretaris

 

Het coördinatiecomité van de landbouwraad bestaat uit:

        voorzitter Kris Abts

        twee stemgerechtigde leden: Guy Lambrechts en Geert Robijns

        schepen van landbouw Sandra Noé

        secretaris: Jan Vanrusselt

 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.39. Bibliotheek - Addendum bij de Overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek met vzw Cultuurconnect - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Op 30 april 2020 keurde de gemeenteraad de overeenkomst 'Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek' goed.

 

Feiten en context

De overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek met vzw Cultuurconnect uit 2020 legt afspraken vast rond gemeenschappelijke basisinfrastructuur, onder meer m.b.t. het eengemaakte bibliotheeksysteem en de bibliotheekwebsite. Deze overeenkomst loopt af eind 2025.

 

Argumentatie

Het addendum verlengt de overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Overeenkomst met een jaar.

 

Na deze periode kan de overeenkomst nog twee jaar stilzwijgend worden verlengd, tot uiterlijk eind 2028. Zo kan de gemeentelijke bibliotheek gebruik blijven maken van alle basisinfrastructuur van het eengemaakte bibliotheeksysteem.

 

Op die manier garandeert vzw Cultuurconnect ook de continuering van de basisinfrastructuur en voorziet zij voldoende tijd om de toekomst van de basisinfrastructuur vorm te geven.

 

Financiële gevolgen

Aan de overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek voegt het addendum een artikel toe over interbibliothecair leenverkeer: daarvan wordt de kost per aanvraag (voortaan) op 8 euro gesteld, een bedrag dat jaarlijks zal worden geïndexeerd.

 

Omdat onze gemeentelijke bibliotheek jaarlijks veel meer exemplaren levert aan andere bibliotheken dan dat er door de eigen bibliotheekgebruikers worden aangevraagd, betekent dit feitelijk een financieel voordeel. Het saldo dat Cultuurconnect zal crediteren kan immers stijgen. Een exact bedrag kan niet worden bepaald, aangezien zowel het aantal aanvragen als leveringen onvoorspelbaar is.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Enig Artikel:

Het gemeentebestuur keurt het addendum bij de overeenkomst Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek tussen vzw Cultuurconnect en het Gemeentebestuur Bierbeek goed.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.2. Secretariaat - Mededelingen

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Kennisneming

De gemeenteraad neemt kennis van de mededelingen van de voorzitter.

 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.4. Financiën - Meerjarenplan 2026-2031 - deel gemeente - vaststelling

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Titel 4 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

 

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van  de  beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

 

De omzendbrief KBBJ/ABB2025/* van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids-en beheerscyclus.

 

Feiten en context

De omgevingsanalyse en inspiratienota zoals zij door het managementteam werden voorbereid onder begeleiding van Probis.

 

De nota van het managementteam in aanvulling van de inspiratienota.

 

Op 27 februari 2025 keurde de gemeenteraad de beleidsverklaring 2025-2030 goed.

 

De doelstellingenboom zoals deze door het managementteam werd voorbereid onder begeleiding van Herd.

 

De toelichting aan de gemeentelijke adviesraden van 4 november 2025 omtrent het meerjarenplan 2026-2031.

 

De bespreking in de gemeenteraadscommissie ‘Beleid’ van 9 december 2025.

 

Adviezen

Het gunstig advies van de jeugdraad van 20 oktober 2025.

 

Het gunstig advies van het managementteam van 4 december 2025 met betrekking tot het ontwerp van meerjarenplan 2026 – 2031.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

14 stemmen voor: Veerle Scheire (CD&V), Johan Vanhulst (CD&V), Lisa Hermans (CD&V), Cil Cuypers (Vooruit), Sandra Noé (Open Bierbeek), Matthias Multani (CD&V), Stefaan Van Haegenborgh (CD&V), Mia Ombelet (CD&V), Tie Vanbeselaere (Vooruit), Hans-Kristof Carême (Open Bierbeek), Ludo Aerts (CD&V), Monda Wuytack (CD&V), Maarten Van Schoonbeek (Open Bierbeek) en Claudia Van Passel (CD&V).
6 onthoudingen: Frederik De Buck (Groen), Marijke Sterckx (N-VA), Hilde Van der Putten (Groen), Peter Vandenbalck (N-VA), Luc De Vos (N-VA) en Nico Frederix (N-VA).
 

 

BESLUIT

 

Art 1 :

De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026 – 2031 - deel gemeente vast.

 

Art 2 :

Het meerjarenplan 2026 – 2031 - deel gemeente maakt integraal deel uit van dit besluit.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.5. Financiën - Meerjarenplan 2026-2031 - goedkeuring deel OCMW en definitieve vaststelling

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Titel 4 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

 

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van  de  beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

 

De omzendbrief KBBJ/ABB2025/* van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

Feiten en context

De omgevingsanalyse en inspiratienota zoals deze door het managementteam werden voorbereid onder begeleiding van Probis.

 

De nota van het managementteam in aanvulling van de inspiratienota.

 

Op 27 februari 2025 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn de beleidsverklaring 2025-2030 goed.

 

De doelstellingenboom zoals deze door het managementteam werd voorbereid onder begeleiding van Herd.

 

De toelichting aan de gemeentelijke adviesraden van 4 november 2025 omtrent het meerjarenplan 2026-2031.

 

De bespreking in de gemeenteraadscommissie ‘Beleid’ van 9 december 2025.

 

Op 18 december 2025 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn het meerjarenplan 2026 - 2031 - deel OCMW goed.

 

Adviezen

Het gunstig advies van de jeugdraad van 20 oktober 2025.

 

Het gunstig advies van het managementteam van 4 december 2025 met betrekking tot het ontwerp van meerjarenplan 2026 – 2031.

 

Argumentatie

Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen dient een meerjarenplan te worden vastgesteld. Dit meerjarenplan moet bestaan uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

 

De gemeenten en OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan.

 

Na de vaststelling door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van hun deel van het meerjarenplan, dient de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan zoals goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed te keuren. Hiermee is het meerjarenplan definitief vastgesteld.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

14 stemmen voor: Veerle Scheire (CD&V), Johan Vanhulst (CD&V), Lisa Hermans (CD&V), Cil Cuypers (Vooruit), Sandra Noé (Open Bierbeek), Matthias Multani (CD&V), Stefaan Van Haegenborgh (CD&V), Mia Ombelet (CD&V), Tie Vanbeselaere (Vooruit), Hans-Kristof Carême (Open Bierbeek), Ludo Aerts (CD&V), Monda Wuytack (CD&V), Maarten Van Schoonbeek (Open Bierbeek) en Claudia Van Passel (CD&V).
6 onthoudingen: Frederik De Buck (Groen), Marijke Sterckx (N-VA), Hilde Van der Putten (Groen), Peter Vandenbalck (N-VA), Luc De Vos (N-VA) en Nico Frederix (N-VA).
 

 

BESLUIT

 

Art 1 :

De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026 – 2031 zoals goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed.

 

Art 2 :

De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026 – 2031 definitief vast.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.6. Financiën - Nominatieve subsidies 2026 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is van toepassing, in het bijzonder artikel 40 §1, dat bepaalt dat onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid beschikt ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2 van dit decreet.

 

Feiten en context

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 is van toepassing, in het bijzonder artikel 41, 23° dat bepaalt dat het toekennen van nominatieve subsidies door de gemeenteraad niet aan het college van burgemeester en schepenen kan toevertrouwd worden.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen van het toekennen van de nominatieve subsidies zijn opgenomen in dit besluit.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

De gemeenteraad besluit om nominatieve subsidies toe te kennen voor het jaar 2026. Deze subsidies worden als volgt verdeeld.

 

Actie

Beleidsitem

Algemene rekening

Omschrijving

2026

Rekeningnummer

A010105

0160-00

6491000

Toelage gemeentelijke raad voor internationale samenwerking

€ 250,00

BE36 7343 0906 8681

A010105

0390-00

6491000

Toelage milieuadviesraad

€ 250,00

 

A010105

0530-00

6491000

Toelage landbouwraad

€ 250,00

BE13 7343 5907 7639

A010105

0709-00

6491000

Toelage cultuurraad

€ 500,00

BE39 3300 8178 6919

A010105

0729-00

6491000

Toelage gemeentelijke erfgoedraad

€ 1.200,00

BE89 7340 6403 7385

A010105

0740-00

6491000

Toelage sportraad

€ 500,00

BE24 0018 1519 3938

A010105

0750-00

6491000

Toelage jeugdraad

€ 500,00

BE57 7340 0059 4335

A010105

0959-00

6491000

Toelage Welzijns- en ouderenraad

€ 500,00

BE19 7340 2270 8012

A010105

0200-00

6491000

Toelage MORA

€ 250,00

 

GBB-CBS

0701-00

6491000

Totale dotatie doorstorting werkingssubsidies aan VZW Cultuurcentrum Bierbeek

€ 113.426,34

BE67 7343 0920 5087

A010501

0410-00

6490000

Bijdrage hulpverleningszone Oost, Vlaams-Brabant

€ 663.447,00

BE41 0910 1884 5210

A010501

0400-00

6490000

Dotatie politiezone Lubbeek

€ 1.109.769,00

BE86 0910 1684 1350

A010501

0400-00

6640000

Investeringssubsidies politiezone Lubbeek

€ 49.421,83

BE86 0910 1684 1350

GBB-CBS

0790-02

6490000

Exploitatietoelage Verenigde Protestantse kerk in België - Leuven

€ 6.969,32

BE93 0680 7857 4067

A010501

0410-00

6640000

Investeringssubsidies hulpverleningszone Oost, Vlaams-Brabant

€ 92.942,24

BE41 0910 1884 5210

GBB-CBS

0720-00

6640000

Investeringssubsidies Kerkfabriek Sint-Ermelindis

€ 44.100,00

BE73 7343 4840 0060

 

Artikel 2 :

De toegekende subsidie zal door de begunstigde uitsluitend gebruikt worden ten bate van de vereniging of de onderneming.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Punt bijlagen/links GR20241107.uittreksel punt 8 - nominatieve subsidies 2025.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.7. Cultuur - Nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Cultuurcentrum Bierbeek vzw - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bepaalt het algemeen kader voor de werking en de boekhouding van verenigingen zonder winstoogmerk.

 

De wet van 16 juli 1973 tot waarborging van de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen (Cultuurpactwet) legt de voorwaarden vast voor een pluralistisch en evenwichtig cultuurbeleid.

 

De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen regelt de controle op subsidies die door de gemeente worden toegekend.

 

De gemeenteraad keurde op 3 november 2011 de aangepaste samenwerkingsovereenkomst tussen Cultuurcentrum Bierbeek vzw en de gemeente Bierbeek goed.

 

De gemeenteraad keurde op 15 november 2022 het addendum nr. 4 voor 2022 – 2025 bij de samenwerkingsovereenkomst van 30 november 2011 tussen de gemeente Bierbeek en Cultuurcentrum Bierbeek vzw en de gemeente Bierbeek goed.

 

De statuten van Cultuurcentrum Bierbeek vzw, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2024, bepalen de doelstelling, bestuursorganen en interne werking van de vereniging.

 

Feiten en context

De gemeente Bierbeek en Cultuurcentrum Bierbeek vzw sloten in 2011 een samenwerkingsovereenkomst over de uitbating en programmatie van cultuurcentrum de borre en aanverwante infrastructuur.

 

Sindsdien werden de statuten van de vzw grondig geactualiseerd.

 

De bestaande overeenkomst is niet langer afgestemd op de nieuwe statutaire bepalingen, de huidige bestuursperiode en het meerjarenplan 2026–2031 van de gemeente.

 

Er is nood aan een duidelijke, hedendaagse samenwerkingsovereenkomst waarin de rol van de vzw als structurele partner van de gemeente, de verantwoordelijkheden van beide partijen en de financiële afspraken voor de periode 2026–2031 helder worden vastgelegd.

 

Voor de jaren 2026 tot en met 2031 wordt een aangepaste gemeentelijke werkingsdotatie vastgelegd. Daarnaast neemt de vzw, voor de periode 2026–2031, de kost van de externe boekhouding tijdelijk ten laste met eigen middelen, voornamelijk vanuit haar reserves.

 

De betreffende samenwerkingsovereenkomst wordt op de eerstvolgende vergadering voorgelegd aan de algemene vergadering van Cultuurcentrum Bierbeek vzw.

 

Argumentatie

De gemeente wil Cultuurcentrum Bierbeek vzw blijven erkennen als structurele partner voor het cultuurbeleid binnen de bredere vrijetijdswerking. Een duidelijke samenwerkingsovereenkomst is nodig om de samenwerking voor de nieuwe bestuursperiode te verankeren.

 

De nieuwe overeenkomst sluit aan bij de recente statuten van de vzw.

 

Door de gemeentelijke werkingsdotatie voor de periode 2026–2031 vast te leggen, krijgt de vzw een stabiel financieel kader om een kwalitatief cultuurprogramma uit te bouwen. De dotatie sluit aan bij de kredieten in het meerjarenplan 2026–2031.

 

Voor de dienstjaren 2026–2031 neemt de vzw de kosten van de externe boekhouding volledig ten laste met eigen middelen. Deze afspraak loopt af op 31 december 2031. De dotatie en de verdeling van kosten, waaronder de externe boekhouding, worden vóór 2032 opnieuw onderhandeld.

 

De nieuwe samenwerkingsovereenkomst vervangt de verouderde overeenkomst van 2011 en zorgt voor transparante afspraken over opdrachten, rapportering, dotaties, toezicht en de bestemming van het netto-actief, in lijn met de actuele regelgeving.

 

Financiële gevolgen

De jaarlijkse dotatie is opgesplitst in de dotatie enerzijds en het bedrag van de sectorale subsidies (23.548,39 euro) dat ongeïndexeerd doorgestort wordt, wat samengeteld volgende jaarlijkse bedragen geeft:

- Voor 2026: € 113.426,34

- Voor 2027: € 119.493,90

- Voor 2028: € 116.592,81

- Voor 2029: € 122.723,70

- Voor 2030: € 119.887,21

- Voor 2031: € 126.083,98

 

De dotaties worden ingeschreven op de daartoe voorziene kredietlijnen in het meerjarenplan 2026–2031. De uitgaven worden geboekt op de jaarbudgetrekeningen die door de financieel directeur worden aangeduid.

 

Voor de periode 2026–2031 neemt de vzw de kosten van de externe boekhouding (externe accountant of boekhoudkantoor) volledig ten laste met eigen middelen, waaronder haar reserves. Deze kosten zijn dus niet meegerekend in de gemeentelijke werkingsdotatie.

 

Het visum van de financieel directeur bevestigt dat de kredieten voor de werkingsdotatie beschikbaar zijn.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Bierbeek en Cultuurcentrum Bierbeek vzw voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.

 

Artikel 2 :

De gemeenteraad bevestigt dat de gemeentelijke werkingsdotatie aan Cultuurcentrum Bierbeek vzw voor de periode 2026–2031 wordt vastgesteld op de bedragen vermeld in artikel 8, §3 van de samenwerkingsovereenkomst.

 

De kredieten worden voorzien binnen het meerjarenplan 2026–2031 op de daartoe bestemde jaarbudgetrekeningen.

 

Artikel 3 :

De gemeenteraad neemt kennis van het engagement van de vzw om voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 de kosten van de externe boekhouding volledig met eigen middelen te dragen, zoals vastgelegd in artikel 8, §7–8 van de samenwerkingsovereenkomst, en dat dit engagement afloopt op 31 december 2031.

De dotatie en de verdeling van kosten, waaronder de externe boekhouding, worden vóór het dienstjaar 2032 opnieuw onderhandeld in functie van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.

 

Artikel 4 :

Dit besluit heft, vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst, de samenwerkingsovereenkomst van 30 november 2011 en alle daaropvolgende addenda tussen de gemeente Bierbeek en Cultuurcentrum Bierbeek vzw op.

 

Artikel 5 :

Een afschrift van dit besluit en van de goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst wordt bezorgd aan Cultuurcentrum Bierbeek vzw en aan de financieel directeur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.9. Cultuur - Cultuurcentrum Bierbeek vzw - kennisneming agenda algemene vergadering 20 januari 2026 - goedkeuring voorstel begroting 2026 – mandaat GR-leden op algemene vergadering

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De regelgeving uit het wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing op vzw’s.

 

Adviezen

De raad van bestuur van Cultuurcentrum Bierbeek vzw heeft de begroting besproken op de vergadering van 12 november 2025. Daarna gaf de raad van bestuur een gunstig advies over het voorstel van begroting dat nu wordt voorgelegd aan de algemene vergadering;

 

Argumentatie

De gemeenteraad dient kennis te nemen van de agenda van de algemene vergadering van 20 januari 2026 van Cultuurcentrum Bierbeek vzw.

 

De gemeenteraad dient over de begroting 2026 van Cultuurcentrum Bierbeek vzw te beraadslagen en de afgevaardigden van de gemeente in de algemene vergadering van Cultuurcentrum Bierbeek te instrueren.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de agenda van de algemene vergadering van 20 janauri 2026 van Cultuurcentrum Bierbeek vzw met volgende agendapunten:

 

  1. Opvolging en goedkeuring verslag van de algemene vergadering van 17 juni 2025
  2. Nieuwe samenwerkingsovereenkomst met gemeente Bierbeek
  3. Voorstel en goedkeuring begroting 2026 Cultuurcentrum Bierbeek vzw
    1. Toelichting en bespreking begroting 2026
    2. Goedkeuring begroting 2026
  4. Stand van zaken culturele programmering seizoen 2025-2026
    1. Voorbije activiteiten najaar 2025
    2. Komende activiteiten voorjaar 2026
  5. Vervangingen in de algemene vergadering en raad van bestuur
  6. Varia en rondvraag

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt goed:

  1. Het verslag van de algemene vergadering van 17 juni 2025;
  2. De begroting 2026 van Cultuurcentrum Bierbeek vzw;

 

Artikel 3:

De vertegenwoordigers van de gemeente die zullen deelnemen aan de algemene vergadering van Cultuurcentrum Bierbeek vzw van 20 januari 2026 op te dragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 2 van onderhavig raadsbesluit.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.10. Financiën - Gemeentelijk reglement: aanvullende belasting op de personenbelasting - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, § 4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald de artikelen 465 tot 470 zijn van toepassing.

 

Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, en alle latere wijzigingen.

 

Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en alle latere wijzigingen.

 

Het bestuursdecreet van 7 december 2018, en alle latere wijzigingen.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 7 november 2024 betreffende de aanvullende belasting op de personenbelasting, aanslagjaar 2025.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

16 stemmen voor: Veerle Scheire (CD&V), Johan Vanhulst (CD&V), Lisa Hermans (CD&V), Cil Cuypers (Vooruit), Sandra Noé (Open Bierbeek), Matthias Multani (CD&V), Stefaan Van Haegenborgh (CD&V), Mia Ombelet (CD&V), Tie Vanbeselaere (Vooruit), Frederik De Buck (Groen), Hans-Kristof Carême (Open Bierbeek), Ludo Aerts (CD&V), Hilde Van der Putten (Groen), Monda Wuytack (CD&V), Maarten Van Schoonbeek (Open Bierbeek) en Claudia Van Passel (CD&V).
4 onthoudingen: Marijke Sterckx (N-VA), Peter Vandenbalck (N-VA), Luc De Vos (N-VA) en Nico Frederix (N-VA).
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het jaar dat zijn naam geeft aan het aanslagjaar.

 

Artikel 2:

De belasting wordt vastgesteld op 7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3:

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van de Federale Overheidsdienst Financiën geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4:

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Punt bijlagen/links GR20241107.uittreksel punt 9 - aanvullende personenbelasting aanslagjaar 2025.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.11. Financiën - Gemeentelijk reglement: opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, § 4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 wordt toegepast, meer bepaald de artikelen 464 tot 470.

 

Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019 is van toepassing, evenals alle latere wijzigingen.

 

Het bestuursdecreet van 7 december 2018 is van toepassing, en alle latere wijzigingen.

 

Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit is van toepassing, evenals alle latere wijzigingen.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 7 november 2024 betreffende de opcentiemen op de onroerende voorheffing, aanslagjaar 2025.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1:

Er worden 690 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

Artikel 2:

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.

 

Artikel 3:

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Punt bijlagen/links GR20241107.uittreksel punt 10 - opcentiemen onroerende voorheffing - aanslagjaar 2025.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.13. Financiën - Gemeentelijk reglement: opmaak van het leegstandsregister en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (citeeropschrift: Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021).

 

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.

 

Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2019 tot goedkeuring van het gemeentelijk reglement betreffende registratie en belasting leegstand.

 

Het gemeenteraadsbesluit van 04 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGO div voor de periode 2026-2031.

 

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid.

 

Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

 

Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.

        Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.

        Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

        Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

        Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.

        Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

        Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

        De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.

        De gemeente maakt deel uit van een intergemeentelijk project lokaal woonbeleid van IGO div. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

16 stemmen voor: Veerle Scheire (CD&V), Johan Vanhulst (CD&V), Lisa Hermans (CD&V), Cil Cuypers (Vooruit), Sandra Noé (Open Bierbeek), Matthias Multani (CD&V), Stefaan Van Haegenborgh (CD&V), Mia Ombelet (CD&V), Tie Vanbeselaere (Vooruit), Frederik De Buck (Groen), Hans-Kristof Carême (Open Bierbeek), Ludo Aerts (CD&V), Hilde Van der Putten (Groen), Monda Wuytack (CD&V), Maarten Van Schoonbeek (Open Bierbeek) en Claudia Van Passel (CD&V).
4 onthoudingen: Marijke Sterckx (N-VA), Peter Vandenbalck (N-VA), Luc De Vos (N-VA) en Nico Frederix (N-VA).
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 : Begripsomschrijving / definitie

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;  

 

2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen met contactgegevens: Speelpleinstraat 8, 3360 Bierbeek;

 

3. Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van het leegstaande pand, de houder(s) van het zakelijk recht, de beslissing tot opname in het leegstandsregister en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het leegstandsregister omvat;

 

4. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

  1. Een aangetekend schrijven;
  2. Een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  3. Elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van  kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld; 

 

5. Gebouw: elk gebouwd onroerend goed, niet zijnde een woning, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

6. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

7. Pand: een gebouw of een woning;

 

8. Bedrijfsruimten: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt.  Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren. Uitgesloten is de bedrijfsruimte waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het bedrijfsgebouw en die nog effectief benut wordt als verblijfplaats;

 

9. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor het eerst in het leegstandsregister wordt opgenomen. Dit is tevens de datum van de akte en referentiepunt om de verjaardag te bepalen;  

 

10. Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Voor de bepaling van de totale vloeroppervlakte wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.


Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet-afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

11. Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt.  Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

12. Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van:

        volle eigendom;

        recht van opstal of van erfpacht;

        vruchtgebruik; met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

13. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, vermeld in o.a. artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

14. Belastbare periode: iedere periode van 12 opeenvolgende maanden van opname in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat een gebouw of woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaande gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt overeenkomstig artikel 2.11 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie

Artikel 2 : Leegstandsregister en leegstandsindicaties

§1. Het intergemeentelijk woonproject van IGO div houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

1° een lijst ‘leegstaande gebouwen’;

2° een lijst ‘leegstaande woningen’.

 

§2. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in volgende niet-limitatieve lijst:

        Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of van een aangifte als tweede verblijf;

        Onterechte aanmelding/aangifte als tweede verblijf. 

        De materiële en/of fysische onmogelijkheid om het pand te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang;

        Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

        Een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van een pand kan worden uitgesloten;

        De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

        Het pand vertoont tekenen van ernstig vervuild glas- of buitenschrijnwerk, het niet wind- of waterdicht zijn van het pand;

        Het pand is helemaal/gedeeltelijk ongemeubileerd;

        Een normaal gebruik van het pand overeenkomstig zijn functie lijkt onmogelijk aangezien het pand (groten)deels vernield is;

        Het pand wordt niet gebruikt conform de vergunde functie of waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden;

        Het pand vertoont één of meer van de volgende uitwendige tekenen van leegstand: een uitpuilende, dichtgeplakte of geen brievenbus; geblindeerde raamopeningen, langdurig neergelaten rolluiken; langdurige niet of slecht onderhouden omgeving of tuin;

        Het ontbreken van een actief vestigingsnummer in de kruispuntbank voor ondernemingen op het betreffende adres van een gebouw;

        Het ontbreken van een neergelegde jaarrekening van het voorafgaande boekjaar van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te registreren gebouw;

        Een gebrek aan actieve uitbating, het ontbreken van aangeduide openingsuren of het ontbreken van een naam of logo op het gebouw;

        De feitelijke vaststelling van afwezigheid van uitrustings- en verkoopmateriaal en goederen in het gebouw;

        Getuigenissen;

        Andere indicaties die kunnen worden vastgesteld zoals opgesomd in het verslag dat bij de akte wordt toegevoegd.

 

Artikel 3 : Wijze van inventarisatie

§1 Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vertrouwt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan IGO div. IGO div fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGO div duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van deze vaststelling.

 

Artikel 4 : Schrapping uit het leegstandsregister

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

 

IGO div vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

 

Indien een woning of gebouw gesloopt werd, wordt deze uit het leegstandsregister geschrapt. De houder van het zakelijk recht levert hiervoor een bewijs van sloop, bijvoorbeeld foto’s. Een woning of gebouw dat gesloopt werd, kan pas geschrapt worden wanneer al het puin op het perceel volledig opgeruimd werd.

 

De houder van het zakelijk recht dient een gemotiveerd verzoek tot schrapping te richten aan de leegstandsbeheerder. Dit verzoek bevat:

        de identiteit en het adres van de indiener,

        de nodige contactgegevens;

        het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het verzoek betrekking heeft;

        één of meer bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.

 

De leegstandsbeheerder neemt binnen de twee maanden na ontvangst van het verzoek een beslissing.  De leegstandsbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

Artikel 5 : Beroepsprocedure

§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de kennisgeving, vermeld in artikel 3, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister of beroep aantekenen tegen weigering van schrapping. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend.

 

Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        de identiteit en het adres van de indiener;

        de nodige contactgegevens

        het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        één of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor leegstand, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed.

 

Zolang de indieningstermijn van 30 dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. De beroepsinstantie registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als het college van burgemeester en schepenen het beroep gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn van 90 dagen, kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de leegstandsbeheerder het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand (de datum van de administratieve akte).

 

HOOFDSTUK 2: De belasting

Artikel 6 : Vaststelling van de belasting

§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.

 

Artikel 7 : Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt. Ingeval er een zakelijk recht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat recht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.  Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

 

§3. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.

Het attest of de kopie van de notariële akte bevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel,

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 8 : Tarief en berekening

§1. De belasting op een gebouw of een woning die voor een eerste termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt 1.500,00 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

 

§2. Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting 3.000,00 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

 

§3. Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting 4.500,00 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning.

 

§4. Indien het gebouw een vierde of een volgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting 6.000,00 euro.

  

Artikel 9 : Vrijstellingen

§1. Persoonsgebonden vrijstellingen.

Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

1° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer bewijs wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand.  Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling kan tweemaal worden verlengd voor een periode van telkens twaalf maanden.

 

2° de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf (minimum 1 jaar) werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende psychiatrische instelling. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer het bewijs van het langdurige verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op de opnamedatum van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling kan tot tweemaal toe voor 12 maanden worden verlengd zolang de opname van de patiënt in de psychiatrische instelling duurt. 

 

3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor 12 maanden na het verlijden van de notariële akte. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer een bewijs van overdracht wordt aangeleverd in de vorm van een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris. Deze vrijstelling kan eenmaal worden verlengd voor 12 maanden na het verlijden van de notariële akte. In totaal kan er dan 24 maanden vrijstelling worden verleend.  

 

 4° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand, tenzij de gerechtelijke beslissing eerder wordt opgeheven. Deze vrijstelling is slechts éénmaal verlengbaar met 12 maanden.

 

§2. Objectgebonden vrijstellingen.

Een vrijstelling wordt verleend indien:

1° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;

 

2° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Deze vrijstelling is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het pand, en waardoor het gebruik of de bewoning ervan geheel of ten dele onmogelijk wordt.

 

3° het gebouw of de woning behoort tot het beschermd erfgoed of een beschermd erfgoedlandschap en een dossier voor het verkrijgen van een erfgoedpremie is ingediend. Deze vrijstelling geldt vanaf het aanslagjaar waarin een ontvankelijk dossier wordt ingediend tot en met het aanslagjaar waarin de premie is toegekend of afgewezen. De vrijstelling geldt enkel indien de houder van het zakelijk recht aannemelijk maakt dat de werken waarvoor de premie wordt aangevraagd noodzakelijk zijn om het gebruik van de woning of het gebouw redelijkerwijze mogelijk te maken.

 

4° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning.  Deze vrijstelling is viermaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden.   

 

5° Het pand gerenoveerd wordt zonder dat er een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:

        een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;

        een overzicht van de niet stedenbouwkundige/omgevingsvergunningplichtige werken die worden uitgevoerd;

        een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren en reeds uitgevoerde werken;

        een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd;

        een akkoord van de mede-houders zakelijk recht (indien van toepassing).

De werkzaamheden moeten van dien aard zijn dat de woning of het gebouw tijdens de werken niet in gebruik kan genomen worden. De houder van het zakelijk recht geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college van burgemeester en schepenen kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse wooncode. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de startdatum van de werken (indienen zoals vermeld in het renovatiedossier) en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

 

6° voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend.  Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden.  Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.

 

§3. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.

 

§4. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn op een woning of gebouw en er aan één van hen een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht, zelfs al hebben de anderen geen aanvraag tot vrijstelling ingediend.

 

§5. De aanvraag tot vrijstelling van heffing wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de eerste termijn van 12 maanden of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing.

 

Artikel 10 : Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 11 : Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 12 : Bezwaar tegen de belasting

§1. Binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde dag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot de belasting.

 

§2. Het bezwaarschrift kan ingediend worden door verzending, via elektronische drager of door overhandiging. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn en dient minstens de volgende gegevens te bevatten:

        identiteit en adres van de indiener;

        verwijzing naar de opnameattest van leegstand en van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

        een of meer bewijsstukken die aantonen dat de aanslag ten onrechte gebeurd zou zijn.

 

§3. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

 

§4. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaarschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van 6 maanden, die ingaan op de dag na deze van de verzending van het bezwaarschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

Artikel 13 : Toepasselijke regelgeving

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

 

Artikel 14 : Inwerkingtreding en overgangsmaatregel

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt het besluit van de gemeenteraad van 23 december 2019 met betrekking tot het registreren en belasten van leegstaande woningen en gebouwen.

 

Woningen en gebouwen die werden geregistreerd als leegstaand overeenkomstig alle voorgaande reglementen en die nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het leegstandsreglement van 23 december 2019 blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.

 

Artikel 15 : Publicatie en bekendmaking

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.14. Financiën - Gemeentelijk reglement: registratie en belasting van verwaarloosde en onafgewerkte woningen en gebouwen - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.

 

Het besluit van de gemeenteraad van 4 september 2025 betreffende de deelname aan het IGS Wonen aan de Velp en de goedkeuring van de subsidieaanvraag lokaal woonbeleid voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Feiten en context

Naar aanleiding van het aflopen van het huidig verwaarlozingsreglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op datum van 29 september 2022 volgt hieronder het nieuwe reglement voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Een gemeente die binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband gesubsidieerd wordt op basis van Boek 2, deel 2 “lokaal woonbeleid” van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, moet vanaf 2026, verplicht verwaarlozing registreren en aanpakken.

 

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Er zijn meerdere redenen om verwaarloosde woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;

        Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners;

        Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;

        Verwaarloosde (en onafgewerkte) gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet;

        Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen die minder of niet bruikbaar zijn, nemen ruimte in beslag zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

 

Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

 

Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen bijhouden.

 

Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen te bepalen.

 

Een gemeente die binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband gesubsidieerd wordt op basis van Boek 2, deel 2 “lokaal woonbeleid” van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, moet vanaf 2026, verplicht verwaarlozing registreren en aanpakken.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

16 stemmen voor: Veerle Scheire (CD&V), Johan Vanhulst (CD&V), Lisa Hermans (CD&V), Cil Cuypers (Vooruit), Sandra Noé (Open Bierbeek), Matthias Multani (CD&V), Stefaan Van Haegenborgh (CD&V), Mia Ombelet (CD&V), Tie Vanbeselaere (Vooruit), Frederik De Buck (Groen), Hans-Kristof Carême (Open Bierbeek), Ludo Aerts (CD&V), Hilde Van der Putten (Groen), Monda Wuytack (CD&V), Maarten Van Schoonbeek (Open Bierbeek) en Claudia Van Passel (CD&V).
4 onthoudingen: Marijke Sterckx (N-VA), Peter Vandenbalck (N-VA), Luc De Vos (N-VA) en Nico Frederix (N-VA).
 

 

BESLUIT

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepaling

Artikel 1 : Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

 administratie: de administratieve eenheid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Wonen aan de Velp, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

 beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

        een aangetekend schrijven,

        een afgifte tegen ontvangstbewijs;

        elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.

 

 gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

 woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

 houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        de volle eigendom;

        het recht van opstal of van erfpacht;

        het vruchtgebruik.

 

 opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, zijnde de datum van verzending van akte.

 

 verjaardag: het ogenblik waarop een (nieuwe) periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen is geschrapt.

 

 verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, vermeld in hoofdstuk 2 artikel 2 van dit reglement.

 

   Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen met contactgegevens: Speelpleinstraat 8, 3360 Bierbeek.

 

10° Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of het gebouw, de zakelijke gerechtigden, de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen omvat.

 

11° Technisch verslag: het verslag waarop de bevoegde de vastgestelde zichtbare gebreken van een woning of gebouw aanduidt. Het betreft een lijst van gebreken waaraan strafpunten worden

toegekend.

 

12° Verwaarloosde woning of gebouw: een woning of gebouw dat ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan dakbedekking of -gebinte, kroonlijst of dakgoten, schoorstenen, buitenmuren, voegwerk, buitenschrijnwerk of wanneer het pand niet water- en/of winddicht is.

 

13° Onafgewerkte woning of gebouw: een gebouw waarvan de werken zijn aangevat maar waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vervallen terwijl de werken niet voltooid zijn.

 

Hoofdstuk 2: Registratie

Artikel 2 : Verwaarlozingsregister

§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

§2. In het verwaarlozingsregister worden (minstens) de volgende gegevens opgenomen:

        het adres van de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of gebouw,

        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of gebouw,

        de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,

        het nummer en de datum van akte,

        de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname.

 

Artikel 3 : Registratie van de verwaarlozing

§1. De gemeente draagt de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk

register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div. De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke vereniging IGO div met de opsporing van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen belaste personeelsleden bezitten als registerbeheerder de onderzoeks-, controle en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en Gemeentebelastingen.

 

§2. Een gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont. Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken.

 

De toestand van verwaarlozing wordt vastgesteld door de registerbeheerder vanop het openbaar domein of publiek toegankelijke locaties aan de hand van een technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Het technisch verslag omvat indicatoren van verwaarlozing. Daarbij geldt dat een pand als verwaarloosd wordt beschouwd als het volgens het technisch verslag:

        8 of meer gebreken heeft van categorie A

        en/of 3 gebreken van categorie B

        en/of 1 gebrek van categorie C. 

 

Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.  De datum van de vaststelling is de datum van akte en geldt eveneens als opnamedatum in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

§3. Een gebouw of woning wordt beschouwd als onafgewerkt wanneer de werken werden aangevat maar waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vervallen terwijl de werken niet voltooid zijn.

 

§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het gemeentelijk register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, en omgekeerd.

 

§5. Een woning of gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, en omgekeerd.

 

Artikel 4 : Kennisgeving van de registratie

Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

De kennisgeving bevat:

        De akte met het technisch verslag;

        informatie over de gevolgen van de opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen;

        informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen;

        informatie over het schrappingsverzoek uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop de akte betrekking heeft.

 

Artikel 5 : Beroep tegen de registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 3, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit en het adres van de indiener,

        de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,

        de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.

 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.

 

§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.

 

§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen belaste administratie.

 

§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift.  De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§7. Als de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.  Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

 

Artikel 6 : Schrapping uit het verwaarlozingsregister

§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen en die zijn omschreven in het technisch verslag bij akte, zoals bepaald in artikel 2, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

 

De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde (en onafgewerkte) gebouwen en woningen belaste administratie.

 

§2. Voor de schrapping uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        de identiteit en het adres van de indiener,

        de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,

        de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt kan worden uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

 

Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

 

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.  De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen wordt geschrapt.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.

 

Hoofdstuk 3: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn

§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.

 

Artikel 8: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of gebouw op de verjaardag van de opname.

 

§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§3. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte.

 

Het attest of de kopie van de notariële aktebevat minstens de volgende gegevens:

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

        datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

§4. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9: Tarief van de belasting

§1. De belasting op een verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of gebouw, opgenomen in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, bedraagt: 

        voor een eerste opeenvolgende termijn van 12 maanden: 1.500,00 euro

        voor een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden: 3.000,00 euro

        voor een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden: 4.500,00 euro

        voor een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden: 6.000,00 euro

        voor een vijfde opeenvolgende termijn van 12 maanden en latere termijnen: 7.500,00 euro

 

Hoofdstuk 4: Vrijstellingen

Artikel 10: Vrijstellingen

§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

 

§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet het college van burgemeester en schepenen bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van 12 maanden na datum van opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen. 

 

§3. Van de belasting op verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen is vrijgesteld:

 een nieuwe houder van het zakelijk recht, en dit voor de eerste twee belastingaanslagen die volgen op de overdracht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notariële akte.

Deze vrijstelling geldt niet voor:

        de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang van een vennootschap ten algemene titel.

 

 De belastingplichtige die de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of het gebouw volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en die niet over een andere woning beschikt. De belastingplichtige is vrijgesteld voor zover de belastingplichtige onder de inkomensgrenzen voor een sociale huurwoning valt, zoals bepaald in artikel 6.13 van Boek 6 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Dit wordt bewezen aan de hand van het aanslagbiljet betreffende de personenbelasting  van de federale overheidsdienst financiën.

 

 De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse aanpak is van de verwaarlozing. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de vergunning. Deze vrijstelling is slechts viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden op voorwaarde dat de werken werden aangevat binnen de twee jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning. 

 

Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.

 

 De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer er een getekende offerte kan voorgelegd worden voor sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op de datum van ondertekening van de offerte om de sloopwerken uit te voeren. Deze vrijstellingsgrond kan per woning of gebouw slechts één keer aangevraagd worden door dezelfde eigenaar.

 

 De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.

 

Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:

        een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;

        een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;

        een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:

        een offerte/factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;

        een offerte/factuur voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;

        een combinatie van beide offertes/facturen;

        een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.

 

De aanvrager geeft toelating om de woning of het gebouw en de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De bevoegde overheid kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om 12 maanden te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse wooncode. Deze vrijstelling geldt per woning of gebouw voor een periode van 12 maanden volgend op de indiening van het renovatiedossier en is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

 

De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

        één of meer facturen van maximum 12 maanden oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde renovatiewerken;

        foto’s die de vooruitgang van de werken bewijzen;

        in geval een renovatie niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

 

 De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.

 

 De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de verwaarlozing. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

§4. De vrijstelling van belasting heeft geen impact op de opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen. De anciënniteit van opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de belasting zal worden berekend op basis van de opnamedatum.

 

Artikel 11: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 12: Bezwaarprocedure

§1. Binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde dag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot de belasting.

 

§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 13: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorafgaande reglementen met betrekking tot het registreren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. 

 

Artikel 14: Overgangsmaatregel

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van verwaarloosde woningen en gebouwen dat in werking trad op 1 oktober 2022 blijven geldig voor de looptijd bepaald in de goedgekeurde vrijstelling. 

 

Artikel 15: Publicatie en bekendmaking

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.15. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op de tweede verblijven - aanslagjaar 2026-2031- goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de grondwet is van toepassing.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 betreffende de belasting op de tweede verblijven.

 

Argumentatie

In een aantal woongelegenheden in de gemeente is niemand ingeschreven in de bevolkingsregisters. Deze woongelegenheden kunnen ofwel worden gebruikt als een tweede verblijfplaats, ofwel worden verhuurd aan een persoon of personen die niet op het adres ingeschreven zijn. In deze gevallen is het billijk dat de belasting op de tweede verblijven wordt gevestigd om reden dat de gebruiker van de woongelegenheid wel gebruik kan maken van diensten van de gemeente, maar geen aanvullende personenbelasting aan de gemeente betaalt.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

 

Artikel 2 :

Onder tweede verblijven wordt verstaan elke private woongelegenheid waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkings-, het vreemdelingen- of het wachtregister op het adres van de woning, maar die wel op elk moment kan worden bewoond door eigenaar of huurder.

 

Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

 

Artikel 3 :

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar. Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt. Indien het verblijf slechts in de loop van het aanslagjaar betrokken wordt of kan betrokken worden, is de belasting evenwel verschuldigd voor een volledig jaar.

 

Ontstaat de belastbare toestand echter na 30 juni van het aanslagjaar dan is de belasting niet verschuldigd.

 

Artikel 4 :

De belasting wordt vastgesteld op 1.500,00 euro per tweede verblijf.

 

Artikel 5 :

Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:

        Lokalen waar men een beroepsactiviteit uitoefent;

        Garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens;

        Een private woongelegenheid die niet aan de criteria van een minimum aan bewoonbaarheid voldoet. Met andere woorden als blijkt uit onderzoek dat de woongelegenheid niet als tweede verblijf kan worden benut:

         De woning is niet stabiel / veilig;

         De woning is niet afgewerkt;

         De woning is niet of minimaal bemeubeld;

         De woning is niet aangesloten op nutsvoorzieningen (elektriciteit, riolering, stromend water,...);

         De woning heeft geen verwarmingsmogelijkheden of geen sanitaire voorzieningen;

         De woning is niet uitgerust om te eten of te slapen;

         De woningkwaliteit voldoet niet aan de veiligheids- en gezondheidsnormen van de Vlaamse Wooncode;

         De woning kan stedenbouwkundig niet erkend worden als tweede verblijf. 

 

Artikel 6 :

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan op eenvoudig verzoek het formulier bekomen.

 

Elke belastingplichtige is gehouden uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

Indien de belastingplichtige van mening is dat het pand waarvan men eigenaar is niet langer als tweede verblijf kan worden beschouwd, dient men dit ook met hetzelfde aangifteformulier aan te geven. Deze kennisgeving dient te gebeuren binnen een termijn van drie maanden na de wijziging en ten laatste op 31 december van het aanslagjaar.

 

Artikel 7 :

Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 6 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Artikel 8 :

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag van 250,00 euro. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd.

 

Artikel 9 :

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen en moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10 :

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Dit bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. De indiening kan gebeuren door verzending, via elektronische drager of door overhandiging. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde dag na de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeldt staat.

 

Artikel 11 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur. 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.16. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op administratieve stukken - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

 

Het Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende rijbewijzen.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

Het Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarvan de bijlage is gewijzigd bij ministerieel besluit van 27 maart 2013 (BS 21 maart en 29 maart 2013).

 

Het Ministerieel besluit van 19 april 2014 betreffende de afgifte van paspoorten.

 

De gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019.

 

Feiten en context

Het besluit van de gemeenteraad betreffende de belasting op de afgifte van administratieve stukken van 23 december 2019.

 

Voor de heffing betreffende de afgifte van elektronische identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten, kids-ID’s, paspoorten en rijbewijzen wordt een vast tarief gehanteerd. In dit tarief zijn de voorziene jaarlijkse indexeringen tot en met het jaar 2031 reeds verrekend. De bedragen werden afgerond om de administratieve verwerking en afrekening te vereenvoudigen.

 

Argumentatie

Het gemeentebestuur betaalt aan de federale overheid een vergoeding voor de aanmaak en levering van identiteitsdocumenten, rijbewijzen en reispassen.

 

Daarnaast maakt het bestuur zelf kosten voor de behandeling van de aanvragen en de uitreiking van deze documenten.

 

Het is aangewezen om van de aanvrager een billijke bijdrage te vragen in de kostprijs van deze administratieve documenten.

 

Er wordt een provisie aangerekend ter dekking van de deurwaarderskosten bij de eenzijdige beëindiging van een wettelijke samenwoning.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de afgifte door het gemeentebestuur van administratieve stukken.

 

Artikel 2 :

De belasting is verschuldigd door de persoon aan wie het stuk door het gemeentebestuur op aanvraag of ambtshalve wordt uitgereikt.

 

Artikel 3 :

De bedragen van de belasting worden bepaald als volgt (inclusief vergoeding verschuldigd aan Belgische staat):

 

1. Elektronische identiteitskaarten, elektronische verblijfskaarten, elektronische verblijfsdocument voor niet-Belgen

24,00 euro

2. Spoedprocedure van elektronische identiteitskaarten, elektronische verblijfskaarten,  elektronische verblijfsdocument voor niet-Belgen

130,00 euro

 

3. Kids-ID of elektronische verblijfsdocument (EU, EU+, F,F+ en M) voor niet-Belgen jonger dan 12 jaar

10,00 euro

 

4. Spoedprocedure van kids-ID of elektronische verblijfsdocument (EU, EU+, F,F+ en M) voor niet-Belgen jonger dan 12 jaar

118,00 euro

5. Kids-ID of elektronische verblijfsdocument (A,B,K en L) voor niet-Belgen jonger

dan 12 jaar

13,00 euro

6. Spoedprocedure van kids-ID of elektronische verblijfsdocument (A,B,K en L)

voor niet-Belgen jonger dan 12 jaar

130,00 euro

7. Paspoort -18 jaar

             Dringende procedure (levering in de gemeente)

             Zeer dringende procedure (ophalen in Brussel)

45,00 euro

220,00 euro

280,00 euro

8. Paspoort +18 jaar

             Dringende procedure (levering in de gemeente)

             Zeer dringende procedure (ophalen in Brussel)

80,00 euro

255,00 euro

315,00 euro

9. Paspoort vluchtelingen -18 jaar

 Dringende procedure (levering in de gemeente)

            Zeer dringende procedure (ophalen in Brussel)

51,00 euro

220,00 euro

280,00 euro

10. Paspoort vluchtelingen +18 jaar

            Dringende procedure (levering in de gemeente)

            Zeer dringende procedure (ophalen in Brussel)

76,00 euro

245,00 euro

305,00 euro

11. Voorlopig rijbewijs

25,00 euro

12. Rijbewijs

25,00 euro

13. Internationaal rijbewijs

20,00 euro

14. Aangifte huwelijk

50,00 euro

15 .Op het maken van fotokopieën van stukken die de gemeente niet zelf aflevert:

         formaat A4

      Plaatselijke verenigingen betalen 0,05 euro per kopie

      Particulieren betalen 0,10 euro per kopie

     A3 formaat: dubbel tarief

 

 

0,05 euro

0,10 euro

16. Op de afgifte van adressenlijsten (KB 16/07/1992 art. 7a): per adres

0,10 euro

17. Op het registreren van een voornaamswijziging:

                        voor transgenders bedraagt de belasting (wettelijk voorziene 10%)

60,00 euro

6,00 euro

18. Op opzoekwerk voor genealogisch onderzoek:

                        vanaf het tweede uur opzoekwerk door een personeelslid

 

60,00 euro

 

Artikel 4 :

Zijn van de belasting vrijgesteld:

de documenten die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos door het gemeentebestuur moeten worden afgegeven.

 

Artikel 5 :

De belasting en de eventuele verzendingskosten moeten bij de afgifte van het document contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs.

 

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

 

Artikel 6 :

In geval van tussenkomst van een deurwaarder bij een éénzijdige stopzetting van een wettelijke samenwoonst zal gevraagd worden een provisie te betalen voor de opstart van het dossier.

 

Artikel 7 :

Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt dit decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend indien het college van burgemeester en schepenen in deze mogelijkheid voorziet.

 

Artikel 8 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.19. Financiën - Gemeentelijk reglement: belasting op masten en pylonen - aanslagjaar 2026-2031 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

Gemeenten beschikken over een grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie die hen toelaat, binnen de grenzen van de door de wetgever opgelegde beperkingen en onder controle van de toezichthoudende overheid, gelijk welke materie aan een belasting te onderwerpen.

 

Op basis van deze autonomie wordt een belasting geheven als compensatie voor het landschapsverstorend karakter van masten, pylonen en draagconstructies.

 

Het is aangewezen om de aanwezigheid van masten, pylonen en andere draagconstructies op het grondgebied van de gemeente te beperken, ter vrijwaring van de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en toeristische bestemming, wegens de visuele vervuiling, de landschapsverstoring en het doorbreken van de vrije open ruimte.

 

Het landschapsverstorend karakter van constructies dienstig om hernieuwbare energie te produceren en constructies voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen, wordt voldoende gecompenseerd door het maatschappelijk belang, zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend.

 

Het is verantwoord om vrijstelling te voorzien voor constructies louter voor recreatief gebruik, gezien het niet-bedrijfsmatig oogmerk en karakter van de constructie, waarbij hobby en amateur met betrekking tot het gebruik van de constructie centraal staat, en de constructie niet voor lucratieve doeleinden is bestemd. Deze constructies voor recreatief gebruik zijn duidelijk te onderscheiden van de constructies van andere commerciële ondernemingen, gezien de afwezigheid van een bedrijfsmatig aspect, waardoor de bijdragecapaciteit voor eigenaren van constructies bestemd voor hobby en amateur niet vergelijkbaar is met de andere commerciële ondernemingen die wel onder het toepassingsgebied van het belastingreglement vallen.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het belastingreglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op masten en pylonen en andere draagconstructies, geplaatst op het grondgebied van de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2 :

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

        Mast: een verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of een andere bestaande constructie en waarbij de hoogte van de constructie en de mast samen minstens 15 meter bedraagt, te meten vanaf het maaiveld;

        Pyloon: een individuele verticale constructie die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld met een hoogte van minstens15 meter;

        Draagconstructie: iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld, die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, of transport van energie- en radio-installaties en met een hoogte van minstens 15 meter.

 

Artikel 3 :

De belastingplichtige is de eigenaar van de mast, de pyloon of de andere draagconstructie op 1 januari van het aanslagjaar.

 

De eigenaar van de constructie en/of de grond waarop de mast, pyloon of draagconstructie werd opgericht, evenals de derde-uitbater hiervan, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4 :

De belasting wordt vastgesteld op 3.000,00 euro per mast, pyloon of andere draagconstructie. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of teruggave van de belasting toegestaan als de mast of pyloon of draagconstructie in de loop van het jaar wordt weggenomen.

 

Artikel 5 :

Er geldt een vrijstelling van de belasting voor:

        Constructies die uitsluitend en rechtstreeks dienen voor de productie van hernieuwbare energie  (windenergie of andere vormen van groene stroom);

        Constructies die uitsluitend bestemd zijn voor de verlichting van sport- en recreatievoorzieningen;

        Constructies die uitsluitend worden gebruikt door openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen.

 

Artikel 6 :

De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, kan op eenvoudig verzoek het formulier bekomen.

 

Elke belastingplichtige is gehouden uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.

 

De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten, pylonen of andere draagconstructies waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar, op eigen initiatief aan de gemeente bekend te maken binnen de maand na de wijziging.

 

Artikel 7 :

Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 6 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

Artikel 8 :

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 20%. Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd.

 

Artikel 9 :

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen en moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10 :

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Dit bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend worden. De indiening kan gebeuren door verzending, via elektronische drager of door overhandiging. Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde dag na de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeldt staat.

 

Artikel 11 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur. 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.21. Financiën - Gemeentelijk reglement: retributie op aanvraag omgevingsvergunningen - periode 2026-2031 – goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet is van toepassing.

 

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen, is van toepassing.

 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

 

Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

 

Het decreet houdende algemene bepalingen van inzake milieubeleid van 5 april 1995.

 

Feiten en context

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2019 houdende het "gemeentelijk reglement contantbelasting dossiers omgevingsvergunning".

 

Het behandelen van dossiers aangaande stedenbouwkundige handelingen, verkavelingen, ingedeelde inrichtingen of activiteiten, kleinhandelactiviteiten en vegetatiewijzigingen worden steeds complexer. Er wordt meer geïnformeerd en er zijn meer vergunningplichtige werken. Voorafgaand aan de vergunningverlening zit het aspect planning, nadien komt het aspect handhaving. Hiervoor dienen de inwoners te kunnen steunen op een goed uitgebouwde dienst met inzet van personeel en technische ondersteuning.

 

Argumentatie

Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het decreet betreffende de omgevingsvergunning vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen en het is billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.

 

Financiële gevolgen

De financiële toestand van de gemeente wordt bij de vaststelling van het retributiereglement in overweging genomen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een retributie gevestigd op de omgevingsvergunningsaanvragen, inlichtingen, meldingen en attesten (zowel stedenbouwkundig als planologisch), ongeacht het bestuursniveau waar de aanvraag of melding is gedaan en ongeacht het bestuursniveau dat dient te beslissen.

 

Artikel 2 :

De retributie is verschuldigd door degene die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.

 

Artikel 3 :

De retributie bestaat uit een bedrag per dossiertype verhoogd met een bedrag per procedurestap.

 

3.1 Retributie per dossiertype:

Voorwerp van de aanvraag

Tarief in euro

Meldingen

 

Melding IIOA (milieu)

25,00 euro

Melding Stedenbouw

25,00 euro

Vergaderingen

 

Projectvergadering (art. 8 van decreet betreffende de omgevingsverqunninq)

200,00 euro

Omgevingsvergunning Stedenbouwkundige handelingen

 

Vereenvoudigde Procedure

30,00 euro

Gewone procedure

100,00 euro

Per bijkomende wooneenheid

50,00 euro

Omgevingsvergunning voor verkavelingen

 

Verkavelen

150,00 euro

Verkavelen met wegenis

250,00 euro

Per bijkomende wooneenheid of kavel

50,00 euro

Bijstelling Verkavelingsvergunning

80,00 euro

Stedenbouwkundig Attest

40,00 euro

Planologisch Attest

1.000,00 euro

Omgevingsvergunning IIOA (Milieu)

 

Gewone procedure

120,00 euro

Aanvraag omgevingsvergunning met een MER en/of OVR

400,00 euro

Vereenvoudigde Procedure

60,00 euro

Omzetting milieuvergunning naar permanente vergunning

120,00 euro

Bijstelling Milieuvoorwaarden

60,00 euro

Andere Omgevingsvergunningen

 

Omgevingsvergunning Kleinhandelactiviteiten

50,00 euro

Omgevingsvergunning Vegetatiewijziging

50,00 euro

 

3.2 Retributie per procedurestap:

De retributie per dossiertype wordt verhoogd met de door de gemeente werkelijk gemaakte kosten voor de afhandeling van het dossier, met name de kosten voor de (aangetekende) zendingen van het openbaar onderzoek, de eventuele publicatiekosten, de kosten voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier en de kosten voor de (aangetekende) zending van de vergunning.

 

Artikel 4 :

Er geldt een vrijstelling voor:

a) Meldingen en aanvragen van:

        sociale huisvestingsmaatschappijen;

        openbare besturen;

        daarmee gelijkgestelde instellingen van openbaar nut.

b) Dossiers waarin de gemeente niet tijdig een beslissing nam. (stilzwijgende weigering, volgens artikel 32, §4 en 46, §2 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning)

 

Artikel 5 :

De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen 30 dagen na verzending van de factuur.

 

Artikel 6 :

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.35. Mobiliteit - Samenstelling mobiliteitsraad MORA - kennisneming

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Kennisneming

De gemeenteraad keurde op 27 maart 2025 de statuten van de gemeentelijke mobiliteitsraad (MORA) goed.

 

De gemeenteraad neemt kennis van de samenstelling van de mobiliteitsraad:

 

Naam lid

Motivering

Stemge-

rechtigd

Geslacht

Specifieke functie in de mobiliteitsraad

Pieter Ceyssens

Professionele ervaring

Ja

Man

Lid

Mark Cuypers

Vertegenwoordiger BuBaO Ten Desselaer

Ja

Man

Lid

Danny De Greef

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

Tinneke De Kort

Vertegenwoordiger Gemeentelijke Basisschool ‘t Klavertje

Ja

Vrouw

Lid

Herman Heymans

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

 

Anke Jacobs

Professionele ervaring

Ja

Vrouw

Lid

Johan Leuridan

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

Negarsadat Madani

Professionele ervaring

Ja

Vrouw

Lid

Behzad Bamdad Mehrabani

Professionele ervaring

Ja

Man

Lid

Brecht Peeters

Professionele ervaring

Ja

Man

Lid

Liga Pilaga

Vertegenwoordiger Vrije Basisschool Sint-Pietersschool

 

Ja

Vrouw

Lid

Joop Reijsmeijer

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

Liebrecht Salen

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

Lieselot Seldeslachts

Persoonlijke interesse

Ja

Vrouw

Lid

Justine Soete

Persoonlijke interesse

Ja

Vrouw

Lid

Pol Vanden Bempt

Persoonlijke interesse

Ja

Man

Lid

Wouter Van Kerschaver

Professionele ervaring

Ja

Man

Voorzitter

Cil Cuypers

Schepen van mobiliteit

Nee

Vrouw

Schepen

Philip Peetersille

Mobiliteitsambtenaar

Nee

Man

Secretaris

 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.37. Milieu - Samenwerkingsovereenkomst tussen dierenasiel De Zorghoeve en Bierbeek vanaf 1 januari 2026 - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De samenwerkingsovereenkomst tussen de organisatie voor dierenbescherming De Zorghoeve vzw en de gemeente Bierbeek met betrekking tot de afhaling en opvang van gevonden dieren, goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 mei 2019. 

 

Feiten en context

De schriftelijke aankondiging van de stopzetting op 1 januari 2026 van de lopende samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Bierbeek werd schriftelijk aangekondigd door dierenopvangcentrum De Zorghoeve vzw.

 

De Zorghoeve vzw bezorgde de gemeente een nieuw voorstel van samenwerkingsovereenkomst, waarbij het financiële luik niet enkel een forfaitaire vergoeding per inwoner omvat, maar ook een vergoeding voor transport, identificatie en registratie, vaccinatie van dieren en de opmaak van een paspoort voor honden en paarden.

 

Argumentatie

De gemeente Bierbeek heeft  nog steeds nood aan een overeenkomst met een organisatie die dieren opvangt en verzorgt, die het ophalen en opvangen organiseert van gevonden dieren die op haar grondgebied ronddolen en wiens eigenaar onbekend of onbereikbaar is.

 

Een samenwerking met een dierenopvangcentrum is een vereiste om een diervriendelijk beleid te kunnen voeren.

 

De Zorghoeve vzw uit Kortenaken is het enige dierenopvangcentrum in de buurt dat gevonden dieren zelf vangt.

 

Dierenopvangcentrum De Zorghoeve vzw beschikt over de nodige erkenningen, verleend door de Vlaamse overheid, voor de uitvoering van haar activiteiten.

 

Dierenopvangcentrum De Zorghoeve vzw met zetel aan de Tiensestraat 97 te 3470 Kortenaken kan gevonden dieren opvangen tegen een jaarlijkse bijdrage van 0,49 euro per inwoner, vermeerderd met tarieven voor transport, identificatie/registratie en vaccinatie van dieren en de opmaak van een paspoort.

 

Het is aangewezen om met de bovengenoemde vzw een overeenkomst af te sluiten voor de ophaling en opvang van gevonden dieren.

 

Financiële gevolgen

De uitgaven met betrekking tot deze overeenkomst zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 :

De gemeenteraad keurt de vernieuwde overeenkomst met dierenopvangcentrum De Zorghoeve vzw voor de ophaling en opvang van gevonden dieren met ingang van 1 januari 2026, goed.

 

Artikel 2 :

De jaarlijkse bijdrage van de gemeente bedraagt € 0,49 per inwoner en wordt vermeerderd met tarieven voor transport, identificatie en registratie, vaccinatie en opmaak paspoort, zoals in het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst als bijlage vermeld.

 

Artikel 3 :

De voorwaarden en modaliteiten waartegen bovengenoemde samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan, zijn in deze overeenkomst vervat.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.38. Cultuur - Intergemeentelijke projectvereniging COBRA – goedkeuring statuten en samenwerkingsovereenkomst – aanduiding vertegenwoordigers

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41, 4° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De artikelen 401 tot en met 412 van het decreet lokaal bestuur dat de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid onder de vorm van een projectvereniging regelt.

 

Het decreet bovenlokale cultuurwerking van 8 maart 2024

 

Feiten en context

Op 22 mei 2025 nam de gemeenteraad een principiële beslissing om deel te nemen aan de kandidatuur Leuven & Beyond 2030 (LOV2030) als Europese Culturele Hoofdstad en om een nieuw intergemeentelijk cultureel samenwerkingsverband voor Oost-Brabant voor te bereiden.

 

De deelnemende steden en gemeenten richten samen de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA op. Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft.

 

Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.

 

De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.

 

De maatschappelijke zetel van Cultuurregio COBRA wordt ondergebracht in de stad Aarschot, als centraal gelegen centrumstad met ervaring in intergemeentelijke culturele samenwerking.

 

Volgens de decretale regels voor projectverenigingen (decreet lokaal bestuur) beschikt Cultuurregio COBRA uitsluitend over een raad van bestuur.

 

De deelnemende gemeenten benoemen elk één stemgerechtigd lid van de raad van bestuur en duiden daarnaast een afgevaardigde met raadgevende stem aan uit de gemeenteraad.

 

Het stemgerechtigde bestuurslid dient te komen uit de meerderheid en is bij voorkeur  de schepen van cultuur. De afgevaardigde met raadgevende stem uit de oppositie. Zo worden zowel meerderheid als oppositie structureel betrokken bij de werking van Cultuurregio COBRA.

 

Argumentatie

De gemeente wil sterker samenwerken met andere gemeenten in Oost-Brabant om een duurzaam bovenlokaal cultuurbeleid uit te bouwen. Dat past binnen de ambities rond cultuurparticipatie, kwaliteitsvolle cultuurprojecten en culturele hoofdstad Leuven & Beyond 2030.

 

Een intergemeentelijke projectvereniging is een passende en sobere bestuursvorm. Ze laat toe om Vlaamse werkingssubsidies te ontvangen, een beperkte professionele werking uit te bouwen en tegelijk de bestuurlijke autonomie en een evenwaardige stem van elke gemeente te behouden.

 

Door de statuten en samenwerkingsovereenkomst nu goed te keuren, wordt de deelname van de gemeente aan Cultuurregio COBRA juridisch verankerd en kan de nieuwe cultuurregio tijdig opstarten.

 

Financiële gevolgen

De gemeente betaalt een jaarlijkse bijdrage aan Cultuurregio COBRA. Deze bijdrage bedraagt geïndexeerd € 0,675 per inwoner per jaar.

 

Op basis van ongeveer 10.800 inwoners komt dit neer op een gemeentelijke bijdrage van om en bij € 7.300 per jaar. Deze middelen zijn ingeschreven op de kredietlijn voor cultuur en vrijetijdswerking in het meerjarenplan en de jaarbudgetten.

 

De Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden rechtstreeks aan de projectvereniging toegekend en gebruikt voor personeels- en werkingskosten.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Artikel 1 – Oprichting projectvereniging COBRA

De gemeenteraad beslist tot de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging COBRA, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.

 

Artikel 2 – Goedkeuring statuten

De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten van de projectvereniging COBRA goed. De statuten worden als bijlage bij dit besluit gevoegd en maken er integraal deel van uit.

 

Artikel 3 – Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met de steden en gemeenten Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo, Zoutleeuw goed en bevestigt gehouden te zijn tot uitvoering ervan tot en met 15 februari 2032.

 

Artikel 4 - gemeentelijke bijdrage

De gemeenteraad beslist in de meerjarenbegroting 2026-2031 vanaf 2027 een jaarlijks bedrag van 0,675 € per inwoner te voorzien en te oormerken voor deze periode voor de deelname aan de intergemeentelijke projectvereniging COBRA ter ondersteuning van de realisatie van bovenlokale cultuurprojecten in de eigen gemeente en binnen de brede (Europese) programmalijnen ‘human, nature, innovation’ voor LOV2030.

 

Artikel 5 – Toezicht

De oprichtingsakte van de projectvereniging COBRA wordt binnen dertig dagen na dagtekening ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.

 

Artikel 6 – Aanduiding vertegenwoordigers

De gemeenteraad duidt volgende personen aan als vertegenwoordigers van de gemeente in de raad van bestuur van de projectvereniging COBRA:

        Lid met stemrecht: Lisa Hermans – plaatsvervanger met stemrecht: Claudia Van Passel

        Lid zonder stemrecht: Frederik De Buck – plaatsvervanger zonder stemrecht: Nico Frederix

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.40. Secretariaat - Interleuven - Samenwerkingsovereenkomst met de zelfstandige groepering 'Interleuven ondersteunende activiteiten' - goedkeuring

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

De statuten van Interleuven, zoals door de algemene vergadering laatst gewijzigd werd op 24 september 2025.

 

De gemeenteraad keurde op 23 december 2019 de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goed met toekenning van exclusiviteit voor de diensten basis- en taakondersteuning milieu en geïntegreerde omgevingshandhaving en dit voor de periode 2020-2025.

 

De gemeenteraad keurde op 23 december 2019 de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goed met toekenning van exclusiviteit voor de dienst begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang en dit voor de periode 2020-2025.

 

De gemeenteraad keurde op 25 juni 2020 de samenwerkingsovereenkomst met de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goed met toekenning van exclusiviteit voor de dienst klimaatondersteuning en dit voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2025.

 

Feiten en context

De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.

 

Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 worden volgende diensten door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten aangeboden:

  1. BOUW & INFRA

 1.1 Bouw & infra – ontwerp en opvolging van infrastructuurwerken

1.2. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van gebouwen

1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij                  infrastructuurwerken

1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen

1.5.Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en    coördineren van projecten

  1. OMGEVING

 2.1. Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek

   2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid

   2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoK)

   2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst

   2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat 

   2.6. Omgeving – omgevingshandhaving

   2.7. Omgeving – Vervoerregio Leuven

   2.8. Omgeving – GIS-inventarisatie en/of actualisatie van ruimtelijke situeerbare                                                                                     gegevens

3. SLIMME REGIO

  3.1. Slimme regio – informatieveiligheid

  3.2. Slimme regio – begeleiding bij uitbouw en gebruik van het regionaal digitaal loket                                           kinderopvang

  3.3. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw van een dataplatform

  3.4.Slimme regio – adviesverlening slimme regio/gemeente

4. PROJECTONTWIKKELING

  4.1. Projectontwikkeling – ondersteuning lokaal woonbeleid

  4.2. Projectontwikkeling – realisatie van woonprojecten

  4.3. Projectontwikkeling – ondersteuning ruimtelijk-economisch beleid

  4.4. Projectontwikkeling – (her)ontwikkeling en optimalisatie van bedrijventerreinen en                                                         bedrijfspanden

  4.5. Projectontwikkeling – ondernemen: adviesverlening bedrijfshuisvestingsbeleid

  4.6. Projectontwikkeling – projectregie en gebiedsontwikkeling

  4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties)

  4.8. Projectontwikkeling – patrimoniumbeheer

 

De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

 

De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

 

Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

 

Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031. In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.

 

Argumentatie

De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.

 

De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

 schaalvoordelen en gedeelde expertise,

 flexibiliteit in inzet en taakverdeling,

 continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

 

De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

 

De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 01-03-2025):

 

 Algemeen projectleider/specialist-expert : 133,00 euro inclusief BTW

       : (basis na de komma 132,82 inclusief BTW)

 

- Projectleider     : 118,00 euro inclusief BTW

       : (basis na de komma 117,85 inclusief BTW)

 

- Projectmedewerker - expert   : 109,00 euro inclusief BTW

       : (basis na de komma 108,50 inclusief BTW)

 

- Projectmedewerker    : 97,00 euro inclusief BTW

       : (basis na de komma 97,273 inclusief BTW)

 

De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

 

De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Het afsluiten van deze samenwerkingsovereenkomst heeft tevens tot gevolg dat de gemeente zich ertoe verbindt om voor de diensten dewelke in deze overeenkomst worden omschreven, uitsluitend een beroep te doen op de diensten van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, en dit voor een welomschreven periode dewelke echter de duur van zes jaar niet mag overschrijden;

 

De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken diensten een beroep te doen op de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, dan wel om deze diensten zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden, tenzij de gemeente beroep doet op de uitzonderingsclausule voor één project per afgesloten afgesloten subnummer.

 

Voor de uitvoering van deze exclusieve taken wordt gewerkt overeenkomstig in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.

 

De gemeenteraad acht het aangewezen om voornoemde diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ toe te kennen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Art 1 :

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031 goed.

 

Art 2 :

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ met ingang van 1 januar 2026 tot en met 31 december 2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:

 

2. OMGEVING

2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid 

2.2.3. Behandeling van het milieuluik van de omgevingsvergunningsaanvragen

2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst

Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst. 

2.4.2. Milieu en klimaat

2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat

Het voor en met het lokaal bestuur opzetten, uitwerken en uitvoeren van milieu- en/of klimaat-acties en projecten in uitvoering van het gemeentelijk milieu &klimaatbeleid, de burgemeestersconvenant, LEKP en andere gemeentelijke verplichtingen inzake milieu & klimaat.

2.6. Omgeving – omgevingshandhaving

Het ondersteunen van het lokaal bestuur/de politiezone bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:

2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.

3. SLIMME REGIO

3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang.

3.2.1. Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang.

 

Art 3 :

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.

 

Art 4 :

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.41. Secretariaat - Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw - Algemene vergadering van 12 december 2025 - goedkeuren agenda en bepalen mandaat afgevaardigde - bekrachtiging collegebeslissing van 8 december 2025

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Beslissing

MOTIVERING

Juridische gronden

De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Feiten en context

Het gemeenteraadsbesluit van 30 januari 2025 houdende "Vaststelling vertegenwoordiger algemene vergadering en bestuursorgaan & statutenwijziging - goedkeuring".

 

De beslissing van het college van burgemeester en schepen van 8 december 2025 houdende 'Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw: algemene vergadering op 12 december 2025: goedkeuren agenda & vaststelling van het mandaat - princiepsbeslissing';

 

Argumentatie

Voor de algemene vergadering van 12 december 2025 dient een vertegenwoordiger worden aangeduid en het mandaat van deze vertegenwoordiger dient te worden vastgesteld.

 

Het schrijven van Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw d.d. 27 oktober 2025 met de oproeping voor hun algemene vergadering op 12 december 2025 met volgende agendapunten:

  1. Goedkeuring verslag algemene vergadering 19 september 2025 (bijlage 1)
  2. Aanname samenwerkingsovereenkomst 2026 - 2031
    Bijlage 2 A: Samenwerkingsovereenkomst 2026 - 2031
    Bijlage 2 B: Tijdslijn goedkeuring samenwerkingsovereenkomst 2026 - 2031
  3. Ontwerpbegroting 2026 en goedkeuring jaarplan 2026
    Bijlage 3 A: Ontwerpbegroting 2026
    Bijlage 3 B: Jaarplan 2026
    Bijlage 3 C: Beslissingsfiche jaarplan 2026
  4. Goedkeuring kandidatuur Natuurpunt - lid AV (bijlage 7)
    Bijlage 4 A: Motivatie
    Bijlage 4 B: Beslissingsfiche Natuurpunt
  5. Actueel activiteitenprogramma en projectenportefeuille
  6. Te versterken activiteitendomeinen - gedachtewisseling
  7. Varia - o.a. Visitor Payback en formele bevestiging einde mandaat vorige bestuurders
    Bijlage 7 A: Nota visitor Payback - natuurbijdrage
    Bijlage 7 B: Voorlopige samenwerkingsovereenkomst natuurbijdrage
    Bijlage 7 C: Beslissingsfiche bestuurders

 

De statutenwijziging van 21 maart 2024 van de vzw Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen waar in artikel 14 vermeld wordt dat de vertegenwoordiger van de gemeente de hoedanigheid moet hebben van gemeenteraadslid.

 

De algemene vergadering van Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw vond plaats op 12 december 2025 om 14.00 uur in Gemeenschapscentrum De Bosuil - keukenzaal (Witherendreef 1, 3090 OVERIJSE).

 

Door de verplaatsing van de zitting van de gemeenteraad van 4 december 2025 naar 18 december 2025 kon de gemeenteraad het mandaat van de afgevaardigde voorafgaand de algemene vergadering van Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw niet bepalen.

 

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen

 

STEMMING :

Eenparig aangenomen.
 

 

BESLUIT

 

Enig artikel :

De gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepen van 8 december 2025 waarin beslist werd de agenda van de algemene vergadering van Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw van 12 december 2025 goed te keuren.

Publicatiedatum: 11/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 18 december 2025

 

 

OZ.42. Secretariaat - Vragenkwartiertje

 

 

 

OPENBARE ZITTING

Kennisneming

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vragen van de raadsleden.

 

Publicatiedatum: 11/03/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.