OZ.11. Opgroeien - Subsidiereglement VIPA-infrastructuursubsidies - goedkeuring
|
OPENBARE ZITTING
Beslissing
MOTIVERING
Juridische gronden
De gemeenteraad is bevoegd op basis van de artikelen 40 en 41 van het lokaal bestuur.
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.
Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters
Vergunningsbesluit van 22 november 2013.
Het Subsidiebesluit van 22 november 2013.
Het Procedurebesluit van 9 mei 2014.
De verordening (EU) nr. 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Het besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Het VIPA bestemmingsbesluit van 31 mei 2024 (artikel 4) en het Bestemmingsdecreet (artikel 12)
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van middelen aan gemeenten voor financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur
Feiten en context
Gemeente Bierbeek nam volgende actie op in het meerjarenplan 2026-2031. Actie 5.2.3.: We werken samen met lokale actoren aan toegankelijke kinderopvang en streven naar een voldoende groot aanbod voor alle gezinnen in Bierbeek.
De gemeente Bierbeek heeft in december 2025 € 186.666,67 VIPA-infrastructuursubsidies ontvangen. Deze subsidies mogen enkel gebruikt worden om organisatoren kinderopvang te steunen wanneer dezenieuweplekken creëren. De gemeente mag deze subsidies niet zelf gebruiken en dus ook niet zelf investeren in eigen infrastructuur. De subsidies zijn bedoeld om door organisatoren zelf te gebruiken bij het verbeteren van bestaande infrastructuur of bij het uitbouwen van nieuwe infrastructuur. De gemeente Bierbeek moet voor het gebruik van de subsidies een subsidiereglement opstellen.
Financiële gevolgen
De uitgaven voor de VIPA-infrastructuursubsidies werden voorzien in het investeringsbudget van 2026 en worden indien nodig jaarlijks overgedragen.
Het budget van € 186.666,67 wordt voorzien op volgende budgetcode:
2026/A050203/0945-00/1500000/GEMEENTE/CBS/IP-2
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen
STEMMING :
Eenparig aangenomen.
BESLUIT
Enig artikel :
De gemeenteraad keurt het bijgevoegde subsidiereglement voor VIPA-infrastructuursubsidies goed.
SUBSIDIEREGLEMENT VIPA-INFRASTRUCTUURSUBSIDIES KINDEROPVANG
– GEMEENTE BIERBEEK
ARTIKEL 1. DOEL
Binnen het lokaal beleid kinderopvang wil de gemeente Bierbeek werken aan toegankelijke kinderopvang en streven naar een voldoende groot aanbod voor alle gezinnen in Bierbeek.
Dit subsidiereglement heeft als doel om de realisatie van nieuwe vergunde kinderopvangplaatsen voor kinderen van 0 tot 3 jaar op het grondgebied van Bierbeek te ondersteunen door het subsidiëren van investeringen in kinderopvanginfrastructuur.
De gemeente Bierbeek kent binnen de grenzen van het toegekende budget van € 186.666,67 een investeringssubsidie toe aan organisatoren van kinderopvang voor de realisatie van infrastructuur voor nieuwe kinderopvangplaatsen.
Deze subsidie kadert binnen het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van middelen aan gemeenten voor financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur.
De subsidie beoogt:
● Het realiseren van bijkomende kinderopvangplaatsen in Bierbeek.
● Het versterken van betaalbare en toegankelijke kinderopvang.
● Het ondersteunen van kwalitatieve en duurzame infrastructuur.
De subsidie kan uitsluitend worden toegekend voor nieuwe plaatsen waarvoor een subsidiebelofte of subsidietoekenning werd verleend door het agentschap Opgroeien. Gezinsopvang komt niet in aanmerking.
ARTIKEL 2. DEFINITIES
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● VIPA: Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
● VIPA-steun: investeringssubsidie als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de kinderopvang.
● Opgroeien (Opgroeien Regie): het agentschap opgericht bij decreet van 30 april 2004.
● Kinderopvanglocatie: vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt.
● Organisator kinderopvang: natuurlijke persoon of rechtspersoon die kinderopvang organiseert.
● Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer plaatsen.
● Nieuwe plaatsen: capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is op het moment van subsidietoezegging. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang geldt niet als capaciteitsuitbreiding.
● Vergunde plaats: plaats waarvoor een vergunning werd verleend.
● Subsidiebelofte: beslissing van Opgroeien om subsidies toe te kennen voor nieuwe plaatsen.
● Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor een subsidiebeslissing werd genomen.
● Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor effectief subsidies worden uitbetaald.
● Basissubsidie (Trap1) plaatsen: gesubsidieerde opvangplaatsen waarbij de opvang een basissubsidie ontvangt, maar ouders een vaste prijs betalen
● Subsidie inkomenstarief (Trap2) plaatsen of inkomensgerelateerde opvang: opvang met een ouderbijdrage die wordt berekend volgens het inkomen van het gezin.
● Bestemmingsduur: de periode waarin de gesubsidieerde infrastructuur verplicht bestemd blijft voor kinderopvang: 25 jaar voor onroerende goederen en 10 jaar voor roerende goederen.
● Reële bouwkosten: kosten zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering, waaronder:
○ Werken (ruwbouw, technieken, afwerking, uitrusting, studie- en algemene kosten, omgevingswerken, btw).
○ Aankoop (aankoopprijs, notariskosten, registratierechten en btw).
ARTIKEL 3. JURIDISCH KADER
Dit reglement is gebaseerd op onder meer:
● Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
● De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen
● Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen
● Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters
● Vergunningsbesluit van 22 november 2013
● Subsidiebesluit van 22 november 2013
● Procedurebesluit van 9 mei 2014
● Verordening (EU) nr. 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun
● Besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
● Het VIPA bestemmingsbesluit van 31 mei 2024 (artikel 4) en het Bestemmingsdecreet (artikel 12)
● Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van middelen aan gemeenten voor financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur
ARTIKEL 4. DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
1. Dit subsidiereglement is enkel van toepassing op organisatoren van kinderopvang voor baby’s en peuters die nieuwe kindplaatsen realiseren op het grondgebied van Bierbeek.
2. De subsidie kan worden aangevraagd door organisatoren van kinderopvang. De subsidies kunnen enkel geïnvesteerd worden in infrastructuur om nieuwe kindplaatsen te realiseren. Gezinsopvang komt niet in aanmerking.
3. Enkel opvanginitiatieven met een geldige vergunning van Opgroeien en met gesubsidieerde Trap 1- of Trap 2-plaatsen, of een schriftelijke subsidiebelofte hiervoor, komen in aanmerking.
4. De subsidie kan uitsluitend gebruikt worden voor nieuwe kindplaatsen die effectief worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen.
5. De subsidie kan gebruikt worden door organisatoren die aanvaarden dat controle kan worden uitgeoefend door Zorginspectie en de gemeente (vermeld in artikel 4, §2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg).
ARTIKEL 5. SUBSIDIES
1. Het totale beschikbare budget bedraagt € 186.666,67.
2. De subsidie wordt toegekend binnen de grenzen van dit budget. De toekenning van de subsidie gebeurt onder voorbehoud van de goedkeuring van de daartoe benodigde kredieten door de gemeenteraad in de meerjarenplanaanpassing.
3. Als het totaal van de ontvankelijke aanvragen het beschikbare budget overschrijdt, gebeurt de toekenning op basis van de volgorde van ontvangst van volledig ontvankelijke dossiers.
4. Het subsidiepercentage bedraagt:
● Maximaal 15% van de reële bouwkosten indien de organisator voor de locatie al bijkomende VIPA-steun geniet.
● Maximaal 60% van de reële bouwkosten indien geen VIPA-steun wordt genoten.
5. De subsidie wordt geplafonneerd op:
● Maximaal € 6.666,67 per nieuwe kinderopvangplaats
● Maximaal € 93.333,34 per locatie
6. Indien de organisator btw kan recupereren, wordt de subsidie berekend op basis van de netto bouwkost (excl. recupereerbare btw).
7. De organisator moet de volledige reële bouwkost kunnen aantonen via facturen.
8. De subsidie kan aangewend worden voor de reële bouwkosten, zoals:
Bij werken:
● Ruwbouw
● Technische uitrusting
● Afwerking
● Uitrusting en vast meubilair zoals sanitair, keuken en maatkasten
● Studie- en algemene kosten
● Omgevingswerken
● De btw gerelateerd aan bovenvermelde kostenposten en die niet recupereerbaar is
Bij aankoop:
● De finale aankoopprijs
● De notariskosten
● De registratiebelasting of registratierechten
● De btw die aan de aankoop verbonden is en niet recupereerbaar is
9. De subsidie kan nooit hoger zijn dan de bewezen en aanvaarde kosten.
ARTIKEL 6. VOORWAARDEN
Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet de aanvrager voldoen aan volgende voorwaarden:
1. Beschikken over een geldige vergunning van Opgroeien.
2. De opvanglocatie bevindt zich op het grondgebied van Bierbeek.
3. De gesubsidieerde infrastructuur blijft gedurende minstens 25 jaar (onroerend) of 10 jaar (roerend) vanaf de ingebruikname bestemd voor kinderopvang, conform het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024. Bij niet-naleving van deze bestemmingsduur zal de gemeente verplicht zijn de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Bij huur moet de bestemmingsduur van 25 jaar gegarandeerd worden via een notariële akte die tegenstelbaar is aan derden. Bij overdracht van eigendom of zakelijk recht moet de nieuwe eigenaar of exploitant de bestemmingsduur integraal overnemen.
4. Voldoen aan alle wettelijke normen inzake veiligheid, hygiëne en kwaliteit.
5. Zich engageren om een inclusief en toegankelijk opvangbeleid te voeren.
6. Geen openstaande schulden hebben tegenover de gemeente.
7. De subsidie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor ze werd toegekend.
ARTIKEL 7. STAATSSTEUN
De subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU).
1. De-minimis
De subsidie kan worden toegekend onder de de-minimisregeling indien dit nog kan binnen de begrenzing van 750.000.
De organisator bezorgt bij de aanvraag (cf. artikel 8) een verklaring op eer dat de totale ontvangen steun de geldende grens van 750.000 euro gedurende de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de toezegging niet overschrijdt (Verordening (EU) nr. 2023/2832)
De gemeente Bierbeek registreert elke toegekende de-minimissteun in het Europese eAidRegister (eAIR), overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2023/2832.
2. DAEB
De subsidies toegekend op basis van dit reglement vallen, indien van toepassing (meer dan 750 000 ontvangen steun gedurende de afgelopen 3 jaar), onder de regels inzake diensten van algemeen economisch belang (DAEB).
De financiering van de dienstverlening gebeurt met toepassing van Besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, 6/10 lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde (met het beheer van diensten van algemeen economisch belang) belaste ondernemingen.
Indien de financiële ondersteuning aan een organisator, samen met eventuele andere overheidssteun aan diezelfde organisator binnen de voorbije drie jaar, de de-minimisgrens van € 750.000 overschrijdt, wordt de organisator voor de betrokken kinderopvanglocatie belast met een dienst van algemeen economisch belang (DAEB), overeenkomstig artikel 4 van Besluit 2012/21/EU.
De gemeente Bierbeek belast [naam organisator/vzw] met de hierna omschreven dienst van algemeen economisch belang, met name het organiseren van kinderopvang voor baby's en peuters met een basissubsidie of een subsidie inkomenstarief op de locatie [adres], voor de periode van [datum] tot [datum].
De duur van deze DAEB-opdracht wordt vastgesteld op de bestemmingsduur van de gesubsidieerde infrastructuur, met name 25 jaar voor onroerende goederen en 10 jaar voor roerende goederen vanaf de ingebruikname, overeenkomstig artikel 4, §4 van Besluit 2012/21/EU, gelet op de afschrijvingstermijn van de investering.
De compensatie bestaat uit de financiële ondersteuning zoals bepaald in artikel 5 van dit reglement en wordt berekend op basis van de reële bouwkosten, begrensd op het percentage en het plafond vermeld in artikel 5. De controle op een eventuele overcompensatie gebeurt overeenkomstig artikel 9 (Controle) van dit reglement. Bij vaststelling van overcompensatie wordt het te veel ontvangen bedrag teruggevorderd overeenkomstig artikel 10 (Sancties en terugvordering).
De organisator verbindt zich ertoe alle noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen voor de controle op mogelijke overcompensatie.
ARTIKEL 8. PROCEDURE
1. Aanvraag
De aanvraag wordt ingediend via het gemeentelijk aanvraagformulier en bevat minstens:
● Gegevens organisator
● Gegevens locatie
● Aantal bestaande en nieuwe plaatsen op Bierbeeks grondgebied
● Bewijs subsidiebelofte Opgroeien
● Bewijs van vergunning of vergunningsaanvraag
● Raming reële bouwkosten (inclusief al dan niet recupereerbare btw)
● Aanduiding VIPA-steun (ja/nee)
● Plannen en timing
● Indien van toepassing bezorgt de organisator bij de aanvraag (cf. artikel 8) een verklaring op eer dat de totale ontvangen steun de geldende grens van 750.000 euro gedurende de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de toezegging niet overschrijdt (Verordening (EU) nr. 2023/2832)
● De aanvraag moet worden ingediend vóór de opstart van de nieuwe kindplaats(en), dan wel uitzonderlijk binnen een termijn van 6 maanden na ingebruikname van de nieuwe kindplaatsen.
● Onvolledige dossiers kunnen buiten behandeling worden gelaten.
● De opvolging van de aanvraag gebeurt via het digitale platform eVIPA.
● De gemeente Bierbeek verwerkt de in het aanvraagdossier opgenomen persoonsgegevens uitsluitend met het oog op de behandeling van de subsidieaanvraag en de controle op de naleving van dit reglement, overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679.
● Zie ook artikel zie artikel 7.1 indien van toepassing.
2. Beoordeling
3. Uitbetaling
De subsidie wordt bij voorkeur uitbetaald in twee schijven.
● 50% bij bewijs van 50 % van de bouwkost (via facturen)
● Eindsaldo na finale controle
De organisator bezorgt op voorhand een raming van de volledige reële bouwkost. Op basis daarvan wordt voorlopig bepaald hoeveel subsidies de organisator kan krijgen. Wanneer een schijf van 50% van de totale bouwkost is bereikt door middel van indienen van facturen, wordt een eerste schijf aan subsidies uitbetaald (50%).
Om het dossier af te sluiten wordt een finale check gedaan van alle ingediende facturen en wordt dit tegenover het totale subsidiebedrag gezet. De subsidie mag de 15% of 60% van de totale bouwkost niet overschrijden. Na deze finale check wordt de laatste schijf uitbetaald.
De uitbetaling gebeurt altijd op basis van facturen en de toekenning zal gebeuren via het digitale platform van eVIPA.
Indien de organisator onvoldoende financiële middelen heeft om het bedrag slechts in twee schijven te ontvangen, kan er in samenspraak met het lokaal bestuur Bierbeek bekeken worden of er met extra schijven kan gewerkt worden.
4. Kennisgeving, motivering en beroep
Elke beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de aanvraag wordt schriftelijk en gemotiveerd ter kennis gebracht aan de aanvrager, overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.
De aanvrager die niet akkoord gaat met de beslissing, kan binnen een termijn van één maand na ontvangst van de kennisgeving een gemotiveerd beroep indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen behandelt het beroep en neemt een beslissing binnen een termijn van één maand na ontvangst van het beroep.
ARTIKEL 9. CONTROLE
De gemeente heeft het recht om gedurende de volledige bestemmingsduur ter plaatse toezicht uit te oefenen op de correcte aanwending van de subsidie.
De subsidieontvanger moet:
● alle relevante documenten ter beschikking houden;
● meewerken aan controles;
● correcte informatie verstrekken;
● elke wijziging van bestemming, exploitant of eigenaar aan de gemeente melden.
Bij fraude, onjuiste verklaringen, misbruik of verhindering van controle kan de gemeente de subsidie volledig terugvorderen en kan toekomstige subsidiëring geweigerd worden.
De organisator verleent medewerking aan controle door Zorginspectie.
ARTIKEL 10. SANCTIES EN TERUGVORDERING
1. Terugvorderingsgronden
De subsidie wordt geheel of gedeeltelijk teruggevorderd indien:
● de subsidie niet wordt aangewend voor het toegekende doel;
● valse verklaringen werden afgelegd;
● de bestemmingsduur niet wordt gerespecteerd;
● overcompensatie wordt vastgesteld;
● controle wordt verhinderd;
● activiteiten worden stopgezet of faillissement optreedt.
2. Terugvordering bij fraude, valse verklaringen, misbruik of verhindering van controle
In deze gevallen wordt de subsidie integraal (100%) teruggevorderd, ongeacht het aantal jaren dat sinds de ingebruikname van de gesubsidieerde infrastructuur is verstreken. Het college van burgemeester en schepenen kan bovendien beslissen om de betrokken organisator gedurende een periode van vijf jaar uit te sluiten van nieuwe subsidiëring op basis van dit reglement.
3. Terugvordering bij overcompensatie
Bij vaststelling van overcompensatie in de zin van artikel 7.2 van dit reglement, wordt enkel het te veel ontvangen bedrag teruggevorderd.
4. Terugvordering bij niet-naleving van de bestemmingsduur
Wanneer de gesubsidieerde infrastructuur vóór het verstrijken van de bestemmingsduur niet langer wordt aangewend voor kinderopvang — door stopzetting van de activiteiten, een bestemmingswijziging of een niet-toegelaten overdracht van eigendom of zakelijk recht — wordt de subsidie degressief teruggevorderd volgens onderstaand schema, te rekenen vanaf de datum van ingebruikname van de gesubsidieerde infrastructuur.
● Onroerende goederen (bestemmingsduur 25 jaar):
Aantal jaren sinds ingebruikname | Terug te vorderen percentage |
1 t.e.m. 5 jaar | 100% |
6 t.e.m. 10 jaar | 80% |
11 t.e.m. 15 jaar | 60% |
16 t.e.m. 20 jaar | 30% |
21 t.e.m. 25 jaar | 10% |
Vanaf 26 jaar | 0% (bestemmingsduur volledig verstreken) |
● Roerende goederen (bestemmingsduur 10 jaar):
Aantal jaren sinds ingebruikname | Terug te vorderen percentage |
1 t.e.m. 2 jaar | 100% |
3 t.e.m. 4 jaar | 80% |
5 t.e.m. 6 jaar | 60% |
7 t.e.m. 8 jaar | 30% |
9 t.e.m. 10 jaar | 10% |
Vanaf 11 jaar | 0% (bestemmingsduur volledig verstreken) |
5. Berekeningswijze
Het toepasselijke percentage wordt bepaald op basis van het aantal volledige jaren dat verstreken is tussen de datum van ingebruikname van de gesubsidieerde infrastructuur en de datum waarop de gemeente Bierbeek de stopzetting, de bestemmingswijziging of de ongeoorloofde overdracht vaststelt. Het teruggevorderde bedrag wordt berekend op het totale bedrag van de effectief uitbetaalde subsidie voor de betrokken kinderopvanglocatie.
6. Procedure
Vooraleer tot terugvordering wordt overgegaan, wordt de subsidieontvanger gehoord. De terugvordering gebeurt binnen een termijn van vijf jaar na vaststelling van de onregelmatigheid. Teruggevorderde middelen worden opnieuw toegevoegd aan het binnen dit reglement beschikbare budget.
ARTIKEL 11. SLOTBEPALING
1. Dit reglement is goedgekeurd door de gemeenteraad van 01/10/2026 en treedt in werking op 02/10/2026.
2. Dit reglement is van toepassing zolang de door het Departement Zorg aan de gemeente toegekende middelen voor infrastructuursubsidies voor kinderopvang beschikbaar zijn of tot de gemeenteraad een nieuw reglement goedkeurt.
3. In gevallen die niet uitdrukkelijk geregeld zijn in dit reglement, neemt het college van burgemeester en schepenen een beslissing op basis van de doelstellingen van dit reglement, de toepasselijke Vlaamse regelgeving en het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.